‘Dese wort niet aangenome om dat het teveel port is’

De Doesburgse brievencollectie: een inkijkje in hoofden en harten 

Een van de brieven in de collectie is van Dina Jansen, aan een bekende in Zutphen. Dina vraagt om de meegenomen turfton terug te sturen. Het is een korte brief, zonder hoofdletters en leestekens. Iemand in Honselaarsdijk krijgt in de zomer van 1800 het verzoek om de bezittingen van de verongelukte zoon Gerrit Jansen terug te sturen naar Doesburg.

Dan is er een schipper uit Nijmegen die tussen 1783 en 1786 in verschillende brieven, en in niet mis te verstane woorden, verhaal wil halen bij de Doesburgse advocaten P. en B.J. Rasch. Als een reactie klaarblijkelijk uitblijft bestookt hij B.L. Wilbrennink, een van de magistraten van de stad.

Adèle Casanova

Heel bijzonder is de Franse brief van haar minnaar aan ‘what’s in a name’ Adèle Casanova. De brief is een uiting van zijn onwankelbare liefde voor haar en ook van grote ongerustheid. Adèle is in het najaar van 1794 naar het schijnt een van de Franse emigrés op de vlucht voor oprukkende Franse troepen.

Deze en andere brieven geven een inkijkje in wat er zich in de levens van de schrijvers en de ontvangers afspeelde, maar ook en vooral wat de effecten daarvan waren op het leven. Alle drie de voorbeelden komen uit de postkist met honderden onbezorgde brieven die aan het begin van de twintigste eeuw werd gevonden in het voormalige Doesburgse postkantoor.

De brieven zijn een voor een bestudeerd, getranscribeerd en geannoteerd door Renaat Gaspar en geven een ongekende inkijk in het leven van toen. Ze vormen een ‘schatkist’ waaruit de onderzoekers van Doesburg Vertelt rijkelijk kunnen putten en waarvan we nu alvast een voorproefje geven.

Niet alleen Nederlandse brieven

Behalve brieven in het Nederlands bevat de collectie ook veel Duitse brieven. Die zijn vermoedelijk het gevolg van de verwisseling van Doesburg en Duisburg. De fikse hoeveelheid Franse brieven is veelal poste restante verzonden. Dat gebeurde naar alle waarschijnlijkheid omdat de afzender niet zeker wist of de geadresseerde, die vaak op de vlucht was voor de oprukkende Franse troepen, nog in Doesburg was. Er zijn ook enkele Engelse en Italiaanse brieven.

Soldaten en schippers

Bij de geadresseerden zijn twee beroepen sterk vertegenwoordigd: schippers en militairen. Het is logisch dat veel post deze groepen in de woelige oorlogsjaren aan het einde van de 18e eeuw moeilijk kon bereiken. Zo gaat er op 30 december 1799 een Duitse brief naar een soldaat Johannes die gelegerd zou zijn in Doesburg. Johannes’ broer Andreas doet hem de allerbeste wensen en Gods zegen voor het komend jaar. Andreas leidt veel kou; hij heeft een strozak met een deken en geen brandstof.

Zakelijke brieven

Er is ook veel zakelijke correspondentie die niet op de bestemde plek arriveert of waarvan de ontvangst eenvoudig wordt geweigerd. Op een aantal enveloppen is te lezen: ‘Dese wort niet aangenome om dat het teveel port is’. Zo bereikt de bestelling uit Deventer van band en veters klaarblijkelijk ene Leendert Geerts nooit.

Er zitten in de kist ook twee brieven die lijken geadresseerd aan een goede bekende: de koopman Jan Harmsen*. In weer een andere brief komt de vraag voorbij of Roelof Hendriks in dienst wil treden van de Haarlemse Van de Poll en of hij ook nog een bekwame keukenmeid kent.

* U heeft met Harmsen kunnen kennismaken in het verhaal ‘Doesburg in 1813’

Vrouwelijke auteurs

Het zal geen verbazing wekken dat er nogal wat vrouwelijke briefschrijvers tussen zitten. Vaak zijn dat moeders en vriendinnen. Zo zijn er twee brieven uit de zomer van 1799 van de Doesburgse Hendrika Louisa Poortenaar. Zij spreekt haar verwondering uit over het feit dat haar geliefde haar vanuit Nijmegen niet is komen opzoeken.

Er is een brief van een Duitse moeder uit Koblenz die iets van haar zoon hoopt te horen; haar gezondheid gaat erg achteruit. Dat is misschien ook de reden dat haar aanstaande schoonzoon de brief voor haar heeft geschreven.

Kattenbelletjes

Het in oktober 1974 vanuit Arnhem verzonden bericht aan Baron de Schlabrendorf is een soort kattenbelletje. Het is poste restante verzonden maar zit nog in de kist en is dus niet afgehaald. Misschien was dat omdat de geadresseerde en de afzender die laat weten ‘vandaag niet naar Doesburg te kunnen komen’ elkaar al in levende lijve hebben ontmoet.

Doesburgse emigrés

Doesburg was in de periode waarin de brieven zijn geschreven een toevluchtsoord voor Franse emigrés. Zo is er een brief die in oktober 1794 vanuit het Duitse Wetzlar is verzonden aan L’abbé Saunier. Die lijkt rond die periode inderdaad in Doesburg te zijn geweest.

Brieven aan de gemeente

Merkwaardig genoeg is een aantal brieven in de kist bestemd voor het bestuur van de stad. Zo vraagt Aleida Sweerts om inlichtingen over haar moeder Anna Maria Verboems. Leeft zij nog? Zo niet, wat is er gebeurd met haar huis in de Ooypoortstraat, en met haar inboedel? Aleida is een weduwe met zes kinderen en wil ‘deze zaken’ niet zomaar uit handen geven.

Interessant is ook de brief van op 18 maart 1811 van Gerard Tjeerd Suringar uit Lingen. Hij vraagt het stadsbestuur hem enig uitstel te geven voor het verzoek dat Doesburgs aan hem richt om het rectoraat van de Latijnsche School op zich te nemen. Vreemd dat zo’n brief onbezorgd is gebleven! Alhoewel, de envelop ontbreekt, dus misschien …?

Een echte goudmijn

De Doesburgse brievencollectie is een echte goudmijn die boordevol zit met wetenswaardigheden over een buitengewoon interessante periode uit de Doesburgse geschiedenis. Het is dus zeker niet de laatste keer dat Doesburg Vertelt er aandacht aan besteedt. En als u zelf op onderzoek uitgaat: we houden ons aanbevolen voor wat u vindt!


Colofon
Met dank aan: Renaat Gaspar, Ayla Fermin en Anja Tollenaar (Beeld en Geluid Den Haag)
Research: Margreet Frankot en Godelieve van der Heijden
Video-registraties: LiViPro Mediaproducties en HetHuisDoesburg

Beelden: Collectie Beeld en Geluid Den Haag en HetHuisDoesburg
Bronnen: ‘Op de vlucht voor de guillotine’ van Renaat Gaspar, ‘Poste Restante’ van Pieter Stokvis, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,  diverse websites waaronder diachronie.nl en dwc.knaw.nl

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen

Voor wie meer wil weten:

Voor een goed begrip

Het is plezierig als verhalen in een historische context kunnen worden geplaatst. Dat geldt zeker voor de turbulente periode in het laatste kwart van de achttiende en het eerste kwart van de negentiende eeuw. Doesburg Vertelt zet de belangrijkste gebeurtenissen uit die periode op een rij in de tijdlijn ‘Revolte’.

Alle brieven zijn te vinden op internet >lees verder

De Doesburgse brievencollectie is heerlijk leesvoer voor wie dichtbij de mensen van het einde van de achttiende eeuw wil komen. De brieven zijn totaal anders dan wat je in de meeste archieven aantreft. Dit zijn geen officiële documenten van officiële handelingen van vaak prominente ingezetenen. De brieven geven een inkijkje in de echte gevoelens, gedachten en problemen van de mensen uit die tijd.

Zo is er een ontroerende brief van een vader aan zijn zoon. In deze Engelse brief wordt aan de geadresseerde gevraagd om een ‘plek’ voor zijn zoon. En in een brief vanuit Munster aan de Franse ‘emigré’ De La Tour veronderstelt de afzender, diens neef Noidans, dat deze in Doesburg verblijft. Verder zijn er nieuwjaarwensen, scheldbrieven, een oproep aan een soldaat om zich te melden. Het is allemaal teveel om op te noemen. Alle brieven zijn uitgetypt en waar nodig voorzien van woordverklaringen.

Kijk verder op diachronie.nl

Een kanon op de vestingwallen?

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van 2020 van de gemeente Doesburg speelde de Doesburgse brievencollectie een prominente rol in een act met burgemeester Loes van der Meijs en twee Franse adellijke lieden. Deze heren hadden in hun bagage een ‘look-a-like’ van de originele postkist. De act was in de Gasthuiskerk het startmoment voor de eerste ‘Kist-quiz’, waarin de historische kennis van de aanwezigen werd getoetst. Aansluitend kondigde de burgemeester op verzoek van HetHuisDoesburg de komst aan van de ‘Doesburgse canon’. Die aankondiging groeide in de stad uit tot het bericht dat de burgemeester ‘een kanon op de vestingwallen wilde’.

Inmiddels heeft de stad, ondanks alle corona-perikelen, een heel eigen en eigenzinnige manier gevonden om zoveel mogelijk bewoners te betrekken bij de geschiedenis van hun stad: Doesburg Vertelt. Tot half januari verschijnt in de testversie wekelijks een nieuw verhaal.

Elf thema’s 
Alle verhalen zijn gekoppeld aan een van elf vaste thema’s. De eerste vijf daarvan waren de familie, het bedrijf, het huis, het moment en het kunstwerk. Deze week is het de beurt aan ‘het voorwerp’; de postkist! De komende weken volgen nog de thema’s de uitspraak, het jaar, de plek, de straat en de mens. 

Op de vlucht voor de guillotine

In de Doesburgse brievencollectie bevindt zich een groot aantal brieven van zogenaamde Franse emigrés. Renaat Gaspar schreef over hen het boek ‘Op de vlucht voor de guillotine’, ‘Herinneringen van emigrés aan hun verblijf  in de Republiek der Verenigde Nederlanden, 1793 – 1795’. Het boekje verscheen in 2010 bij de Walburg Pers in Zutphen.

Het boek van Gaspar is in de reguliere boekhandel moeilijk verkrijgbaar maar her en der nog tweedehands te vinden op websites als boekwinkeltjes.nl. Gaspaar schetst niet alleen de manier waarop deze Franse emigrés de wijk moesten nemen voor de terreur van de Franse Revolutie. Hij laat ook zien dat deze groep vluchtelingen nergens welkom was. De emigrés trokken van hot naar her en moesten vaak hals over kop zien weg te komen. Het grondgebied van de Republiek was in die periode het strijdtoneel waar Geallieerden en Fransen elkaar met wisselend succes bevochten. Het aangrijpende verhaal van Gaspar is ook vandaag, ruim 225 jaar later, nog aan de orde van de dag

Getuigenissen over het alledaags bestaan 

De kist waarin de Doesburgse brievencollectie is gevonden siert ook de voorpagina van het boek ‘Poste restante 1780 – 1920’ van Peter Stokvis. De auteur beschrijft in dit boek een langere periode; in het openingshoofdstuk komt Doesburg zijdelings aan de orde.

‘Poste restante’ verscheen begin 2018 bij uitgeverij Aspekt en is verkrijgbaar via de boekhandel.