Het iconische jaar 1795

Voor de een een nederlaag en voor de ander de victorie

De verschijning in 1781 van het pamflet ‘Aan het volk van Nederland’ veroorzaakt een stortvloed aan vlugschriften en pamfletten. Daarin worden staatkundige veranderingen en meer democratie bepleit. Bij grote delen van de bevolking heerst veel onvrede over bestuurders. Ook de economische situatie is belabberd. Dit is een van de gevolgen van de Vierde Engelse oorlog. Erfstadhouder Willem V is voor velen de zondebok.

In 1768 krijgt Utrecht weliswaar een democratisch gekozen stadsbestuur maar in 1787 keert het tij. Met steun van Pruisische troepen wordt het stadhouderlijk regime hersteld. Dat is het begin van een massale uittocht van ‘patriotten’ naar onder andere Brussel en Frankrijk (zie ook Gijselaar). Dat er echter na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 ook in ons land iets gaat gebeuren, staat voor velen vast. 

Rond 1750: Doesburg in staat van paraatheid

De door Menno van Coehoorn ontworpen Hoge en Lage Linie maken Doesburg tot een onneembare vesting. De vestingwerken zijn zo geconstrueerd dat inundatie (het onder water zetten) van het waterrijke gebied aan de buitenkant de wallen erg moeilijk te bereiken maakt. Het water van de IJssel en de Oude IJssel vormt zo een cruciaal fundament voor de stadsverdediging.

En Doesburg heeft meer ‘versterkingen’. Het Grote Convent is inmiddels in gebruik als Arsenaal en achter de Lage Linie is een kruitmagazijn gebouwd. Bovendien is rond 1785 de Lage Linie verlengd tot aan de haven. Doesburg is ‘Frontierstad’ en het is er in het midden van de 18eeeuw een komen en gaan van soldaten. 

In ons Streekarchivariaat liggen verschillende schriftelijke verzoeken uit die periode om de schipbrug in gereedheid te brengen voor passerende eenheden. Zo schrijft Robert M. Keith in februari 1763 vanuit Arnhem dat hij heeft vernomen dat de schipbrug eruit ligt vanwege ijsgang. Keith verzoekt de burgemeester ervoor te zorgen dat twee Engelse cavalerieregimenten onder leiding van generaal Conway de brug toch kunnen passeren. Mocht dat niet mogelijk zijn dan moeten er voor het transport boten in gereedheid worden gebracht. 

1793 – 1795

Na de oorlogsverklaring door Frankrijk in februari 1793 bundelen de oude vijanden Engeland, de Republiek en Oostenrijk de krachten. Er ontstaat een troepenmacht van Hessen, Hannoveranen, Engelsen en Staatsen. Aanvankelijk gaat het heen en weer maar in het voorjaar van 1794 ontbrandt de strijd echt. Daarbij is er van veldslagen op het grondgebied van de Republiek nauwelijks sprake. In het begin worden steden belegerd, maar naarmate de strijd vordert steeds vallen ze steeds vaker zonder slag of stoot in Franse handen.

De bevolking heeft zwaar te lijden. Omdat de bevoorrading van de troepen in de winter van ’94-’95 wordt bemoeilijkt door vorst, richten de soldaten zich op de burgerij. Vooral Engelse troepen hebben bij de bevolking een slechte naam. Als zij in aantocht zijn worden de winkels gesloten. De Fransen worden met open armen ontvangen.

Willem de Vaynes van Brakell: patriot of orangist

‘… De geheele stad was vol van dit voorval. De patriotten zeiden, zie daar nu hoe de prins handeld, daar heb je nu een officier die zeer aan hem verknocht is en die daarvan de sterkste bewijzen heeft gegeven, jazoo veel ijver heeft betoond, dat de prins hem dadelijk avancement heeft beloofd; en weinig dagen na dien noodzaakt hij hem, een schurk te worden of zijn ontslag te vragen! … Dit was koren op hun molen en zij lieten niet na, om van deze schoone gelegenheid gebruik te maken, ten einde ’s prinsen handelwijze, in een zeer hatelijk daglicht te plaatsen. 

Zij zochten de Vaynes op te zetten, raadden hem aan van partij te veranderen, daar bij de aanstaande en nu reeds zeer waarschijnlijke revolutie, een schitterend fortuin te vestigen; dan hij ontving alle deze aanmaningen, met de grootste verachting! »Ik heb zeide hij uit principes van eer gehandeld en geenszins uit lage beginselen; de prins dwaalt en handelt niet wel met mij, dat kan ik niet ontveinzen, maar mijne gevoelens omtrent het vaderland blijven daarom dezelfde. Indien mijn woord mij niet weerhield, zoude ik het met mijn laatsten droppel bloed tegen de Franschen verdedigen.’

Nederlaag of victorie

Op 19 januari 1795, een dag na de vlucht van Willem V, wordt in het stadhuis van Amsterdam de Bataafse Republiek uitgeroepen. Hervormingsgezinde patriotten – die zichzelf Bataven noemen naar de Bataafse Opstand (70 na Chr.) – nemen in de Republiek de macht over. Het is een fluwelen revolutie met nauwelijks geweld. De orangisten bewaren de rust en dragen de machtsfuncties over aan de patriotten. De Bataafse Republiek is geboren.

Kranten als de Ommelander Courant, de Haarlemse Courant, de Goudasche Courant en de Groninger Courant maken eind januari melding van het uiteenvallen van de Geallieerde legers. Die trekken vanuit het centrum van het land weg naar het Oosten. Daarbij passeren ze ook Doesburg en andere steden aan de IJssel. Incidenteel zijn er schermutselingen met de Fransen. Die hebben eind januari het Hof te Dieren in gebruik genomen als huisvesting. Midden februari brandt het gebouw af.

Doesburg, januari 1795

Anders dan bij de Franse inval onder leiding van Lodewijk de Veertiende in 1672, komt de aanval niet uit het Oosten maar vanaf het Zuiden. Wanneer de Fransen na de overgave van Arnhem op 17 januari 1795 onze kant opkomen, wordt Van Coehoorns vesting omzeild. Maar het zijn niet de Fransen die door de burgers worden gevreesd. Met name de laatste uit Doesburg vertrekkende groep Oostenrijkers gaat, voordat ze de stad ontruimen, plunderend rond. Een dag na hun vertrek vraagt een deputatie burgers aan de Fransen om de stad snel binnen te trekken, om zo een terugkeer van de Oostenrijkers, en dus meer plunderingen, te voorkomen. Het is 5 februari 1795. 

‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’

Meteen na 1795 worden verschillende democratische processen in gang gezet. Deze vormen de basis van het moderne Nederland. Katholieken en protestanten krijgen dezelfde rechten. Bestuurders van steden en dorpen worden voortaan gekozen door de (mannelijke) ingezetenen.

Maar ondanks deze ingrijpende bestuurlijke veranderingen gaat na de verwoestende oorlog veel zijn oude, vertrouwde gang. Het grote materiële en financiële leed is met de intocht van de Fransen niet voorbij. Betalingen worden gedaan in de vorm van ‘assignaten’, papieren schuldbekentenissen. Deze hebben weliswaar de vorm van geld, maar er is geen vaste koers voor. Burgers kunnen ze dan ook niet onderling als geld gebruiken. De leveranties aan de Fransen worden dus eigenlijk niet vergoed.

Uit de ‘Doesburgse brievencollectie’ >lees verder

Brief van de barones van Weltzien aan haar manHoog Wel Geboren en Gestrenge Heer
Myn Heer de Baron Van Weltzien
Capitijn in het Regiment van den Generaal Bedaulx in guarnizoen te Doesburg

16 Januarry 1795

Ik schrijf dese, lieve Hansje, om Uw nog eenige tijding van ons te geeven in de hoop dat hij Uw nog wel mag geworden. Zoo deese over Zutfent gaan kan, is het goet want over Arnhem is het reeds seedert daagen gestremt.

Onse stad is door onse troepes gisteren verlaaten. Onse regering is reeds bij de Fransschen geweest om arrangementen te maaken, en men is over het geheel seer content over de behandeling van onse regering. Wijnig menschen zijn weg, seer wijnig. Ik denk dat wij morgen de Franschen binnenonse muuren hebben sullen.

Er is veel vreugt en veel beweging in de stad en veele zijn reeds versiert met de Fransche cocardes. Van avond om vijf uur hadden de juffrouwen Martini nog geen van allen gegeten, zoo druk hadden zij het met cocardes te verkoopen, en zoo in alle winkels.

Ik ben van avond nog bij mijne ouders geweest;zij laaten Uw en broer veel complimenten  maaken. Mama was wel en nog al bedaart, papa is siek van een swaare verkoudheit. De dames Schull maaken Uw ook veel complimenten. De Engelschen, die daar weg kanden  blijven met hun gruwelen voort varen. Seyst, sijt men, is uytgeplundert, Odijk, en nog meer andere dorpen. Deesen nagt hebben zij Sternberg ook uijtgeplundert. Wat gruwelijk volk! 

Aan de Vaart en te Jutfaas is allesweg gevlugt. Aan de Vaart zijn de patriotten aan het plunderen geweest, sijt men. Men hoort niet sals naarheit. De Engelschen hebben van Doris twee paarden en een wagen meede genomen,en daar is zijn knegt bij. Doris en Coba zijn disperaat, dat kan Uw wel denken.

Ik had wel gewenscht Uw nog eens op kalfsvlees te tracteren, lieve Hansje, maar dat is nu ommogelijk. Wij hadden gehoopt gisteren een brief van Uw te sullen sien, maar mogelijk is die brief ook opgehouden.Op Vroonestijn* is nog alles wel, lieve Hansje,en er is wijnig goet meer: wat stoelen en tafelsen dat is al; langsamerhand is dat al hier gekomen. Nu adieu, lieve Hansje. 

Dit is delaaste brief tot Godt ons weer beeter tijden geeft. Hij bewaar Uw en broer voor alle onhijlen en geef ons de vreugt van ons haast weer tijding van malkander te kunnen geeven. Veelmaals omhels ik Uw. 

Mijn waarde suster en broer,onse ouders seggen Uw bijde ook alles goeds, de boojen groeten Uw. Dit huis maakt u veel complimenten zoals ook broer en nogmaals lieve Hansje, zeg ik u vaarwel tot op gelukkiger tijden. Wie weet of u ook niet haast van Doesburg afmoet. De Mekkelenburgers blijven hier tot op het moment dat de Franschen hierin koomen, om de order wat in de stad te houden. Ik hoop dat je uijt dit gekrabbel sult kennen koomen; het is in grooten haast. Altoos blijf ik in voor- en teegenspoed

Uw liefhebbende Mie.

Colofon
Met dank aan: Alexandra Daniëls, Rob Verhoef en José Meuwese
Video-registraties: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Bronnen: ‘Het Historisch Museum van het Korps Rijdende Artillerie’ van  N.J.A.P.H. van Es,  de Doesburgse Brievencollectie (Collectie Beeld en Geluid, Den Haag), Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Erfgoedcentrum Zutphen, Delpher, ‘Doesburg, bijdragen tot de geschiedenis van een Hanzestad’ van J.W. van Petersen en E.J. Harenberg, ‘Doesburg ten voeten uit’ van G.J. Bouwhuis en J.W. van Petersen, ‘Doesburg, een cultuurhistorische wandeling’ van Jan Vredenberg, Vereniging Gelre: Bijdragen en Mededelingen Deel XCIV, 2003 van R.J.G.A.A. Gaspar, ‘De vesting Doesborgh, van landweer tot vestingwal’, uitgave Stad en Ambt Doesburg, 1974, Uitgave Ons Amsterdam, 1920, Artikel  1794 – 1795 van Raymond Uppelschoten, Oudheidkundige Kring Rheden-Rozendaal.

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen

Voor wie meer wil weten:

1793

Begin februari verklaart Frankrijk de oorlog aan Groot-Brittannië en diens bondgenoot Willem V, stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Vanaf dat moment wordt er in de kerken gebeden ‘voor behoud van het vaderland’. Oude vijanden (begin jaren tachtig waren wij nog in oorlog met Engeland) smeden de ‘Eerste Coalitie’. Daarbij zijn ook Duitse ‘Keizerlijke’ troepen, want Generaal Dumouriez trekt op door de Oostenrijkse Nederlanden. Hij bezet onder andere Breda maar trekt zich vervolgens terug. De winter verloopt vrij rustig.

1794

In april laaien in de Oostenrijkse Nederlanden de gevechten weer op. In de zomer worden de legers van de Coalitie verslagen; de strijd verplaatst zich naar het huidige Brabant. Begin oktober valt Den Bosch. Nijmegen volgt begin november en begin december ligt het Franse leger achter de Maas. 

Half december krijgen Engelse en Duitse troepen de opdracht de hospitalen ‘achter de IJssel te situeren’. Terugtrekkende Engelse troepen verzamelen zich rond Arnhem. Het water in de rivieren staat laag. Er is weinig stroming en als half december de vorst invalt, vriezen rond Kerst ook de grote rivieren dicht. De ‘gelée funeste’ noemt Willem V het. Op Tweede Kerstdag steken Franse troepen de Maas over. Na een korte onderbreking rond 28 december (‘er valt warme regen’) keert vlak voor Oudjaar de vorst terug.

1795

Op 8 januari steken de Fransen dan ook de Waal over. Een deel van het leger trekt onder leiding van Daendels op naar Gorinchem. De oostflank gaat richting Arnhem / Doesburg. Half februari trekken de Fransen de stad Utrecht binnen. De dag erna geeft Arnhem zich zonder slag of stoot over. Arnhemse meisjes dansen op de markt met Franse officieren. Op 18 januari vlucht erfstadhouder Willem V met zijn gezin naar Engeland. Een dag later is in Amsterdam de machtsoverdracht. Op 20 januari trekken Franse troepen de stad binnen bij een temperatuur van  -10 ℃.

> Tijdlijn Willem Werner Arnold Hamel
De Krayenhoff van onze bliksemafleider?

De toren van de Grote Kerk van Doesburg krijgt als eerste kerkgebouw in 1782/1783 een bliksemafleider. Het is een vinding van een zekere Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff. Krayenhoff werd  in 1758 geboren in Nijmegen als zoon van een militair ingenieur. Hij studeert onder andere in Harderwijk wijsbegeerte en medicijnen. Hij ‘… zoog als een spons alle wetenschap op die op zijn pad kwam’. 

In 1784 is hij klaar met zijn studie en vestigt hij zich als arts in Amsterdam. Omdat hij met honderden anderen in 1794 een petitie heeft ondertekend om de stad niet te verdedigen, en omdat de patriottische oppositie hard wordt aangepakt, slaat hij op vlucht. Een goede bekende uit zijn Harderwijkse tijd, Herman Willem Daendels, lijft hem in als officier in het Franse leger. Half januari 1795 is het Krayenhoff die op verzoek van Daendels de Amsterdamse burgemeesters adviseert de Bataafse Republiek uit te roepen.