Fransen op de vlucht voor Fransen

De familie Ménerville op de vlucht voor hun landgenoten

Het laatste kwart van de achttiende eeuw is turbulent. Na de Amerikaanse revolutie van 1776 volgen in Nederland de eerste schermutselingen van de Erfstadhouder met Nederlandse opstandelingen, de patriotten. Die trekken echter aan het kortste eind. In 1787 nemen zij massaal de wijk naar onder andere Brussel en Noord Frankrijk.

Ook in Frankrijk komt het volk in opstand. Daar luidt de bestorming van de Bastille in 1789 de teloorgang in van de Franse monarchie. Wanneer onze Erfstadhouder met zijn gezin in januari 1795 vlucht naar Engeland is de Franse koning Lodewijk de XVI al op de guillotine geslachtofferd.

Vanaf 1792 vallen Franse revolutionaire troepen met wisselend succes de Oostenrijkse Nederlanden binnen. Hun aanwezigheid veroorzaakt veel onrust Franse émigrés die in het gebied verblijven. Ze zijn op de vlucht voor de revolutie in hun land. De herinneringen van een van die émigrés, Elise de Ménerville, beschrijven dramatisch die periode voor de betrokkenen was.

‘l’Histoire se répète’

Ook hier blijkt weer: ‘L’histoire se répète’. Vluchtelingen van toen hebben dezelfde ervaringen als vluchtelingen anno 2020. Voor dit verhaal heeft Doesburg Vertelt dankbaar gebruik gemaakt van het boek van Renaat Gaspar, ‘Op de vlucht voor de guillotine’.

Een ooggetuige

Elise Fougeret wordt geboren in 1768 en groeit op in Versailles. In 1786 trouwt zij op haar achttiende met de 31-jarige Louis Marie de Ménerville. Het huwelijk heeft de instemming van de koning en de koningin. Het echtpaar krijgt bij hun huwelijk van de vader van de bruidegom de lieve som van 260.000 francs én een aantal mooie uitermate kostbare diamanten. Na diens dood in 1789 erft het echtpaar Ménerville-Fougeret een niet al te groot huis, in Gentilly bij Parijs. Het huis heeft een heerlijke tuin en het stel verblijft hier tot najaar 1791. De arrestatie van de Franse koning in de zomer is voor velen, ook voor De Ménerville’s het sein het land te verlaten.

Aanvankelijk denken de vluchtelingen dat hun verblijf in het buitenland van korte duur zal zijn. Eind 1792 wordt echter bij wet geregeld dat alle bezittingen van émigrés verbeurd worden verklaard; als zij terugkeren op Frans grondgebied wacht hen de doodstraf. Zo komt aan het aanvankelijke optimisme snel een einde. Als bovendien in het jaar daarna de contrarevolutie mislukt, verliezen velen de hoop op een spoedige terugkeer naar Frankrijk.

Elegant, wellevend en goedkoop

Madame de Ménerville legt haar ervaringen vast op papier. Haar verhaal wordt overigens pas 150 jaar later, in 1934, gepubliceerd. Dat gebeurt onder de titel ‘Souvenirs d’émigration 1791 – 1797’. 

Het eerste jaar van haar verblijf in de Oostenrijkse Nederlanden heeft Elise het absoluut naar haar zin. Zij noemt het ‘een elegante, uiterst wellevende wereld’ waarin ze verkeert. Er is op dat moment nog genoeg geld en ‘alles in Doornik leek goedkoop’.

In november 1792 wordt alles anders. Franse troepen onder leiding van Dumouriez zijn in aantocht. Hals over kop verlaten De Ménerville’s Brussel. Samen met talloze landgenoten, waarvan velen te voet, vluchten ze via een overvol Mechelen naar Antwerpen. Daar worden de émigrés belaagd door inwoners, die stenen en modder gooien. De tocht eindigt in Breda. Daar wordt een huis betrokken op de Markt, tegenover de Sint Jan. Ook de protestantse dominees tonen zich gastvrij, zelfs richting de katholieke Franse Abbés. Eind februari wordt Breda echter ingenomen door de Fransen. De familie vlucht nu met een modderschuit via Moerdijk en Rotterdam naar Den Haag.

Naar Doesburg

In Den Haag verkoopt madame De Ménerville haar diamanten. De opbrengst moet voldoende zijn om het een paar jaar uit te houden, maar de nood van anderen dwingt hen om teveel geld uit te lenen. Dan keert het tij. De Fransen ontruimen de Oostenrijkse Nederlanden en het gezelschap keert terug naar Brussel. In de zomer van 1794 maken Fransen zich opnieuw meester van de Oostenrijkse Nederlanden. Opnieuw verlaten de De Ménerville’s Brussel. Ze vluchten via de inmiddels bekende route naar Breda. Een maand later reizen ze via Zaltbommel, Tiel, Nijmegen en Arnhem naar Doesburg. Vermoedelijke komen ze hier in september aan.

Emigrés in Doesburg

De graaf De Peyrac wordt via een familielid uit Nijmegen met zijn vrouw en kinderen in Doesburg ondergebracht. Behalve dit gezin en het echtpaar De Ménerville met hun drie dochters zijn op dat moment ook de comte de la Bourdonnais de Blossac met vrouw en zonen, L’Abbé Saunier, die voor het onderwijs van die zonen zorgt en Madame de Balinvilliers in Doesburg. Het gezelschap gaat intensief met elkaar om. De dochters hebben een instructrice.

De Doesburger Gervais, (van Franse afkomst zoals W. de Vaynes van Brakell) voelt zich sterk bij hun lot betrokken: ‘Hij wilde ons graag hier bijeenbrengen en wij konden op zijn bescherming rekenen’. Hoewel ze Doesburg heel fijn vindt, wil ze graag weg uit het koude vochtige huis dat amper bewoonbaar is. En er is ook een incident. Haar knecht M. Barre betrapt de Joodse huiseigenaar als deze zilveren couverts in zijn zak stopt. De heren De Buissy horen het geluid van het gevecht dat in de keuken is losgebarsten en komen de arme Barre te hulp. Mijnheer De Ménerville holt naar de burgemeester. ‘Men bracht ons gerechtigheid en ik weet niet hoe, maar de joden profiteerden van de boete die hen was opgelegd.’ 

Toch typeert Madame de Ménerville haar verblijf in Doesburg zo: ‘De kleine kolonie in Doesburg was één. Het land was voortreffelijk, het leven gemakkelijk en goedkoop. We vleiden ons met de gedachte rustig de winter door te kunnen brengen in dit gastvrije toevluchtsoord, maar de opmars van het Franse leger verijdelde deze hoop’.

Naar Londen

Begin november, het is inmiddels stervenskoud, moeten ze opnieuw vluchten. Het gezelschap dat uit Doesburg vertrekt is zo groot dat reizen alleen per boot kan. Ze slagen erin om twee grote boten te regelen. Daarop vertrekken de familie de Ménerville, Madame de Balinvilliers, La Bourdonnais de Blossac met hun zonen, de Bois-Renaud en D’Aubert. Het gezelschap gaat naar Rotterdam en Den Haag om uiteindelijk veilig Engeland te bereiken. Ze verblijven in Londen. De familie De Ménerville keert in 1797 terug in Frankrijk.

De Doesburgse brievencollectie

Een aantal van de namen die mevrouw De Ménerville noemt komen we ook tegen in de Doesburgse brievencollectie. Naast de De Ménerville’s vinden we de naam van L’Abbé Saunier in een van die brieven. De niet bezorgde brief waarin ook de naam De Ménerville wordt genoemd is gedateerd op 11 augustus 1794. Deze brief is afkomstig van een zekere Du Blaisel uit Arnhem en is geadresseerd aan zijn nicht, Madame de Courteville. 

Vaynes Van Brakell en het Legion de Béon

Verschillende Franse officieren verlaten Frankrijk al in 1791. Een aantal van hen neemt dienst in het Staatse leger. Zo ontstaan twee emigrantenkorpsen, het légion de Béon en het légion de Damas. Deze korpsen helpen bij de verdediging van de Republiek en komen in de loop van 1792 op het slagveld tegenover landgenoten te staan. In 1794 raakt ook Willem de Vaynes van Brakell bij de gevechten betrokken. Hij vertelt daarover in het al eerder geciteerde ‘Gedenkschrift voor mijne nakomelingen’, Wedervaardigheden over de belegering en verovering van ’s Hertogenbosch door de Fransen en over het Legion de Béon.

Gedenkschrift voor mijne Nakomelingen, Willem de Vaynes van Brakell

U kunt het nalezen in de mémoires van De Vaynes van Brakell, op pagina’s 12-24 van het boek (dat zijn pagina’s 26-38 van de pdf).

Colofon
Met dank aan: Albert Jan Oosten en Monique Wasterval
Video-registraties: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Bronnen: ‘Souvenirs d’ émigration’ van Madame de Ménerville née Fougeret (Uitgeverij Pierre Roger, Paris 1934), ‘Op de vlucht voor de guillotine’ van Renaat Gaspar (Walburg Pers, Zutphen 2010), Vereniging Gelre: Bijdragen en Mededelingen, Deel XCIV (2003) van R.J.G.A.A. Gaspar,  ‘Doesburgse Brievencollectie’ (Collectie Beeld en Geluid, Den Haag), ‘Gedenkschrift voor mijne nakomelingen’ van Willem de Vaynes van Brakell (uitgegeven in 1872 door diens zoon) Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Erfgoedcentrum Zutphen, Delpher, ‘Doesburg, bijdragen tot de geschiedenis van een Hanzestad’ van J.W. van Petersen en E.J. Harenberg en ‘Doesburg ten voeten uit’ van G.J. Bouwhuis en J.W. van Petersen.

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen


Doesburg, december 2020

Meer weten?

> Tijdlijn De vlucht van Madame de Ménerville 
‘Souvenirs d’émigration’ is te leen

Researchers van HetHuisDoesburg hebben de land weten te leggen op een van de zeldzame nog bestaande uitgaven van ‘Souvenirs d’émigration’. Dit kwetsbare boek is uitgegeven in 1934 en is online voor zover bekend niet in te zien. Maar een boek bestaat om gelezen te worden en dus is het te leen. Het enige wat nodig is dat de betrokkene de Franse taal goed beheerst. Een mailtje naar secretariaat@doesburgvertelt.nl volstaat voor de aanvraag. Graag met naam, emailadres en telefoonnummer. Er volgt dan een telefoontje van ons.

Het gebeurde tijdens de ‘Kleine IJstijd’ 

Was het te verwachten toen de Franse generaal Pichegru in de eerste maanden van 1795 onze dichtgevroren rivieren overstak? De periode van 1300 – 1850 wordt op het Noordelijk Halfrond de ‘Kleine IJstijd’ genoemd. Na eeuwen  van lange zomers en milde winters keert het tij begin veertiende eeuw. De winters worden langer, de zomers korter. Historici zien dat ook als de belangrijkste oorzaak van de hongersnood in 1315 en de ontwikkeling van de pestepidemie in 1348. Je zou dus ook denken dat wij Nederlanders het dichtvriezen van de rvieren wel hebben zien aankomen. Temeer omdat de Zweedse Koning in 1658 ook de dichtgevroren Grote Belt met zijn leger oversteekt om Denemarken te veroveren.

Terug in de tijd 

Doesburg Vertelt heeft in de afgelopen weken een aantal keren een wat minder bekende periode uit onze geschiedenis in de schijnwerpers gezet. Het waren verhalen, ‘getuigenissen’ en brieven uit de periode tussen 1776 en 1813. We startten met de gebeurtenissen in 1813 rond winkelier Jan Harmsen, een echte “Oranjeklant’. 1813 was ook het jaar waarin Willem de Vaynes van Brakell eeuwige roem vergaarde door zich teweer te stellen tegen Franse troepen de Doesburg belaagden. Beide stadgenoten beleefden toen tot hun grote vreugde het eind van de Franse tijd en de terugkeer van het Huis van Oranje. 

Die Franse tijd begon rond 1795 toen ons land  met hulp van Nederlandse ‘revolutionairen’ zoals C.R.T. Krayenhoff en H.W. Daendels door Franse troepen onder de voet werd gelopen. Het was het jaar waarin de Bataafse republiek werd uitgeroepen. Ons land stond er toen economisch slecht voor. De VOC liep op zijn laatste benen. Ook in onze koloniën was de situatie zorgwekkend. In de Kaapkolonie delfde in 1795 de Doesburgse Robert Jacob Gordon, ook een Oranjeklant, het onderspit tegen de Engelsen. 

In ons land veroorzaakte de ophanden zijnde Franse invasie in de laatste maanden van 1794 voor paniek onder de Franse émigrés (waarvan aldus Madame de Ménerville een klein deel: ‘la petite colonie’ zich schuil hield in Doesburg). Veldslagen daaraan voorafgaande in de Zuidelijke Nederlanden zorgden in steden zoals Brussel voor beurtelings een in- en uittocht van Franse vluchtelingen die hun land na de bestorming van de Bastille in 1789 hadden verlaten. Een paar jaar eerder was in omgekeerde richting van Noord naar Zuid en ook deels in datzelfde Brussel een groep Nederlandse patriotten neergestreken op de vlucht voor Staatse troepen. Deze ‘patriotten’ stonden lijnrecht tegenover de aanhangers van Oranje. Dit conflict verdeelde niet alleen het land maar soms ook hele families (o.a. de Doesburgse familie Gordon).

Toen hun eerste poging in 1786 mislukte, vluchten veel patriotten (onder hen ook de familie De Gijselaar) naar Brussel en Frankrijk. 

Alle aanleiding in deze eerste editie van Doesburg Vertelt uitgebreid aandacht te besteden aan deze turbulente periode. En er is nog een tweede reden. De ook in Doesburg nog grotendeels onbekende ‘Doesburgse Brievencollectie’ bevat brieven uit nagenoeg hetzelfde tijdvak. Zij zorgen voor een verrassende inkijk in hoe de gewone en ongewone man en vrouw zich toen staande hebben weten te houden.