Militair en vestingbouwer

Menno baron van Coehoorn, bedenker van de Doesburgse Linies

Wie langs de provinciale weg N317 Doesburg passeert kan het eigenlijk niet ontgaan; het grootste rijksmonument van Doesburg. Maar de Doesburgse Hoge en Lage Linies, door Doesburgers ook wel ‘Batterijen’ of ‘Wallen’ genoemd, zijn op veel plaatsen in de stad ook van dichtbij, en dus veel beter te bewonderen. De Linies hebben de tand des tijds vrijwel ongeschonden doorstaan en dat maakt ze uniek. Tegelijkertijd vormen ze een prachtig groen natuurgebied waar je heerlijk kunt wandelen, en dat maakt ze extra waardevol. De Linies zijn voor Doesburg anno 2020 dan ook een schat om te koesteren.

Doesburgs mooiste monument is onder andere goed te zien op de Halve Maanweg, de mgr. Bekkerslaan, de Kraakselaan, de Forsythiastraat en de Panovenweg. Voor Doesburgers is dat beeld zo bekend en vertrouwd dat we het ons nauwelijks meer realiseren. Daarom besteedt deze editie van Doesburg Vertelt aandacht aan het levensverhaal van Menno baron van Coehoorn, de bedenker en maker van de Doesburgse Linies.

Het is het verhaal over een man van zijn tijd, geboren in het midden van de Gouden Eeuw. Amsterdam is op dat moment de belangrijkste handelsstad van de wereld. Die rijkdom is echter ook de reden waarom de Republiek door zijn buren, met name Lodewijk XIV – en Doesburg zal dat nog ervaren – wordt belaagd. Met de Zonnekoning moet de ene na de andere oorlog worden uitgevochten. Een van de gevolgen daarvan is een stagnerende economie rond de eeuwwisseling.

Geboren in Friesland

Menno van Coehoorn wordt geboren in het Friese Britsum, in 1641, een paar jaar voor het einde van de Tachtigjarige Oorlog (De Opstand). De Vrede van Munster (1648) moet nog worden getekend. Zoals in die dagen in militaire kringen gebruikelijk treedt hij als zestienjarige in dienst van de infanterie. Het is het begin van een succesvolle carrière. In het Rampjaar 1672 doet Menno, inmiddels opgeklommen tot officier, op verschillende locaties ervaring op als verdediger én aanvaller. 

De graaf D’Artagnan 

In 1673, bij de verdediging van Maastricht,  kruist kapitein Van Coehoorn spreekwoordelijk de degens met Lodewijk XIV. Daar ziet hij aan Franse zijde de meester in militaire tactieken aan het werk, de latere vestingbouwer Sebastien Vauban. De graaf D’Artagnan (Inderdaad een van de Drie Musketiers) komt bij deze belegering om; Maastricht gaat verloren.

Huwelijk, vrede, kinderen en …

In het voorjaar van 1678 trouwt Menno in Britsum met Magdalena van Scheltinga. Het land is in rustiger vaarwater gekomen en in augustus wordt met de Fransen de Vrede van Nijmegen getekend. Van Coehoorn gaat in Gaasterland wonen waar in Wyckel wordt gestart met de bouw van een buitenplaats. Het echtpaar krijgt in het najaar van 1678 een eerste zoon en in de herfst van het jaar daarop een eerste dochter. Menno verlegt zijn aandacht meer en meer naar de vestingbouw en in 1680 is hij de man die de fortificatie van Coevorden orkestreert.

Zijn werk daar roept bij de vestingbouwer van Naarden, kapitein Louis Paen, veel vraagtekens op en beide heren komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Dat conflict staat bekend als ‘Twist der Vijfhoecken.’ Van Coehoorn besluit zijn inzichten over vestingbouw op te schrijven. Dat leidt in 1682 tot zijn eerste publicatie: ‘Versterckinge des Vijfhoecks. Met alle sijne Buyten-Wercken’. In 1683 slaat aan het thuisfront het noodlot toe. Magdalena, 21 jaar oud, overlijdt kort na de geboorte van een tweeling. Het is 3 juni, de dag waarop de baby’s, een jongen en een meisje (Amelia) worden gedoopt. 

Meesterwerk

In 1685 volgt een tweede publicatie: ‘Nieuwe vestingbouw op een natte of lage horisont’. In dit traktaat worden drie methodes van vestingbouw omschreven die speciaal zijn ontworpen voor het Nederlandse landschap. Inundatie (het onder water zetten) is een van de sleutelwoorden in Van Coehoorn’s aanpak. Het boek wordt al meteen als meesterwerk betiteld en er volgen vertalingen in het Frans, Duits en Engels. Menno heeft zijn reputatie als vestingbouwer definitief gevestigd. (Een eeuw later, in 1796, zal C.R.T. Krayenhoff – in Doesburg bekend van de bliksembeveiliging op de Martinitoren – bij de werkzaamheden aan de Hollandse Waterlinie voortborduren op Menno’s werk.

De Negenjarige oorlog (1688 – 1697)

Lodewijk XIV trekt krap tien jaar na de Vrede van Nijmegen opnieuw ten strijde. Het biedt de inmiddels tot generaal-majoor bevorderde Van Coehoorn de gelegenheid zijn inzichten in de praktijk te toetsen. Stadhouder Willem III is inmiddels koning van Engeland geworden. Onder de Nederlandse officieren die daar aan zijn zijde strijden is ook Godard van Reede, heer van Ginkel, Middachten, enzovoort, enzovoort. 

Heer van Middachten

Net als Van Coehoorn wordt de drie jaar jongere Godard van Reede al op jonge leeftijd klaargestoomd voor een militaire carrière. Rond zijn 14eis hij ritmeester over een eigen compagnie ruiters. In 1666 trouwt hij met de erfgename van Middachten, Ursula Philippotta van Raesfelt; ze krijgen maar liefst twaalf kinderen. In 1672 vinden we Van Reede en zijn regiment in Doesburg. Een jaar later wordt hij benoemd tot luitenant-generaal. Hij volgt stadhouder Willem III wanneer die in 1688 de troon van Engeland, Schotland en Ierland opeist. Van Reede onderscheidt zich in 1690 in Ierland tijdens de Slag aan de Boyne. Die veldslag beslist de strijd in het voordeel van Oranje. Bij diens vertrek uit Ierland krijgt Van Reede het bevel over de troepen. Hij begint het jaar daarop een succesvolle veldtocht tegen het leger van de eerdere koning Jacobus II, die wordt gesteund door de Franse koning Lodewijk XIV. Als dank wordt Van Reede genaturaliseerd, waarbij hij onder andere de titel graaf van Athlone én grote gebieden in Ierland verkrijgt. Bij zijn terugkeer in 1693 wordt Van Reede bevelhebber van het Verenigd Leger in Vlaanderen.

Gezamenlijk succes

Van Coehoorn en Van Reede/Athlone behalen in 1695 grote successen wanneer zij bij Namen de Fransen weten te verslaan. Van Coehoorn is inmiddels door Willem III benoemd tot oppervestingbouwer van de Republiek. Een jaar later brengen Van Reede/Athlone en Van Coehoorn de Fransen een forse slag toe wanneer zij bij Givet het munitiemagazijn bombarderen. Het is de opmaat tot de Vrede van Rijswijk in datzelfde jaar. 

Inspectiereis IJssel

Op www.vestingdoesburg.nl staat een uitgebreid verslag van hun bezoek aan de Doesburgse verdedigingswerken. Een klein voorproefje:

‘Van Zutphen ging ik naar Doesborgh waar ik 6 maart arriveerde. De volgende dag heb ik daar de oude gedemolieerde fortificaties bezocht …….. Daarna ben ik langs de hoge dijk naar het dorp Drempt gegaan en heb gezien dat voor de Oude IJssel deze landen aan weerszijden van deze dijk, tot aan de IJssel onderwater gezet kunnen worden …….. dat er een Linie gemaakt wordt met gracht en contrescarpen over de hoogte van de oude naar de nieuwe IJssel, dan zou de stad Doesburg in een zeer goede staat van defensie gebracht zijn’.

Van Coehoorn ziet dus al snel de potentie van de ligging van Doesburg. Door een hoge verdedigingslinie te maken tussen de Oude en de Grote IJssel en het gebied daarvoor aan de Dremptse kant onder water te zetten wordt de stad heel goed verdedigbaar. De werkzaamheden starten in 1701.

Tussen beide rivieren wordt een linie aangelegd van zes aaneengeregen, tweezijdige aarden lunetten met op de vleugels twee forten: Fort Bretagne en Fort Orange. Tussen die Hoge Linie en de oude stadsverdediging ontstaat zo een grote ruimte waar gemakkelijk een troepenmacht van 6000 man kan worden gestationeerd. 

Aanleg en uitbreiding

Menno zelf heeft de Linies zoals wij die nu kennen niet voltooid gezien. Hij overlijdt in maart 1704, een jaar na Van Reede, in Den Haag aan de gevolgen van een beroerte. Opvolgers hebben zijn werk afgemaakt. In 1729 worden langs de Oude IJssel aan de zuidzijde van de stad nog drie lunetten gebouwd. In 1785 wordt deze Lage Linie met twee extra lunetten doorgetrokken naar de haven.

De Linies behouden hun status van vestingwerk tot 1934. Daarna wordt het gebied overgedragen aan de gemeente Doesburg die de wallen gedeeltelijk wil slopen. Wat volgt is een jarenlang ‘Gekrakeel op hoog niveau’, zoals Ton Landweer het in een artikel omschreef. Uiteindelijk zegeviert in Den Haag en Doesburg het verstand. Het voorkomen van de sloop is vooral te danken aan de Bond Heemschut, de Stichting Menno van Coehoorn en het Gelders Genootschap. 

Colofon
Met dank aan: Martin Beijer (Stichting Doesburg Vestingstad), Rob Verhoef (Stichting Menno van Coehoorn) en Ankie Geerling
Video-registraties: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Bronnen: Lezing van drs J.C.P.M. van Hoof in het Meulenhuus, www.vestingdoesburg.nlwww.coehoorn.nl, Wikipedia, www.‘Gekrakeel op hoog niveau’ van Ton Landheer , ‘Linies onder vuur’ van de stichting Doesburgs Stadsherstel, de Monumentengids Doesburg, ‘Rampjaar 1672’ van Luc Panhuysen, ‘Oranje tegen de Zonnekoning’ van Luc Panhuysen, ‘Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog’  van Luc Panhuyzen en René van Stipriaan,  ‘Gekoesterde traditie, de portretreeks met de landcommandeurs van de Utrechtse Balije van de Ridderlijke Duitsche Orde’ van Daantje Meuwissen.

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen


Doesburg, december 2020

Meer weten?

Vestingstad Doesburg in kort bestek

Doesburg is een stad met een lange geschiedenis. Door de eeuwen heen veranderde de stad veel en vaak. Veel is verdwenen, zoals bijvoorbeeld de oude vestingwerken uit de periode dat deze de stad beschermden. De latere vesting van Menno van Coehoorn was veel grootser en beschermde niet alleen de stad maar vooral het land. Doesburg was een Frontierstad geworden.
Los van de vestingwerken is er ook heel veel wat niet is veranderd. Straten als de Koepoort- en de Meipoortstraat en gebouwen als de Grote Kerk, het Stadhuis en het Grote Convent/het Arsenaal zijn er gelukkig nog altijd. Het zijn vaste ankerpunten op oude kaarten van de stad, kaarten die laten zien hoe de stad zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Toch zijn die oude kaarten vaak moeilijk met elkaar te vergelijken; een vorm van standaardisering kenden de cartografen kennelijk niet.

Een opname uit 1701

Klik op de afbeelding om de presentatie te starten. Kijk en vergelijk toen met nu. De presentatie kan elk moment worden gepauzeerd met de chronometer. Het sluitstuk van de presentatie is een geluidsopname die weinig Doesburgers misschien kennen. Deze opname is ook te beluisteren bij de infozuil op het parkeerterrein van LOC17. Het is een amusant gesprekje tussen Van Coehoorn, zijn dochter Amalia en zijn adjudant; een opname uit het ‘voorjaar van 1701’.

Menno’s meesterwerk: voor de echte liefhebber

Van Coehoorn schreef zijn boek ’Nieuwe vestingbouw op een natte of lage horisont’ in 1685. Volgens velen in die tijd was het een meesterwerk, dat onder andere in het Duits, Frans en Engels is vertaald en gepubliceerd. Het boek is niet bijzonder toegankelijk maar voor de liefhebber is het absoluut smullen. De volledige uitgave is hier te vinden.

Het mysterie van de vuurzee in de Doesburgse Batterijen

Toon Geerling was een geboren en getogen Doesburger, die helaas te jong is overleden. Kort voor zijn overlijden maakte Maarten Lindner van Doesburgtv op verzoek van HetHuisDoesburg de volgende opname van Geerling. In de film bekent hij zijn betrokkenheid bij de brand op de Lage Linie in februari 1961. Klik op de afbeelding en hoor wat er die middag zestig jaar geleden precies gebeurde.

Vertel ons uw herinneringen

Er waren overigens wel vaker brandjes in de Batterijen. Ook de toen zesjarige Wilma Vermeulen herinnert zich de gebeurtenis nog goed. Mocht u herinneringen hebben aan die middag, of over andere voorvallen op de ‘batterijen’ willen vertellen, neem dan contact op met de makers van Doesburg Vertelt via info@doesburgvertelt.nl.

Waarom klinkt ‘Godard van Reede’ zo bekend?

Godard van Reede, heer van Ginkel en Menno van Coehoorn waren niet alleen tijdgenoten, maar ook goede bekenden van elkaar. Maar nog afgezien van die connectie rinkelt er bij Doesburgers misschien al een belletje bij het horen van de naam.

Staat het ruiterregiment  dat in 1672 is Doesburg is gelegerd niet onder zijn commando? Is hij de kolonel die in januari 1672 te midden van zijn officieren in de Grote Kerk van Doesburg in gebed is verzonken? Is hij het die in februari 1672 schrijft: ‘We maken ons op voor een lange en gemeene oorlog’ en die zijn tijd verdeelt tussen het cavalerieregiment Van Ginkel in Doesburg, het kasteel in Amerongen waar zijn ouders wonen en Middachten, waar hij als kasteelheer met zijn gezin woont?

In zijn fenomenale boek ‘Rampjaar 1672 vertelt historicus Luc Panhuysen over Godard onder andere: Godard hoefde slechts de schipbrug over de IJssel te nemen. Als hij met zijn paard aan de toom de plankieren betrad, had hij aan beide kanten goed zicht op de rivier die een hoofdrol vervulde in de verdediging. Aan dit water zou de vijand tot stand moeten worden gebracht … iedereen zag voor de IJssel een hoofdrol weggelegd. Als deze rivier behouden kon blijven, was de Republiek gered. Doesburg was een van de sterkste vestigingen aan de IJssel, zijn regiment zou in de voorlinie komen te liggen.’ 

Godart verzucht in maart 1672: ‘Wij zullen in een zware oorlog terechtkomen; ik hoop dat God onze wapenen zal zegenen dat wij allen eerder aan de IJssel zullen sterven dan de Fransen daarover te laten komen.’ 

En, voor wie de naam Godard van Reede koppelt aan een van de landcommandeurs van de Duitsche Orde aan het einde van de 18e eeuw: het is een en dezelfde persoon! 

Was de echtgenote van John Gabriel Stedman familie?

De overeenkomsten tussen de Doesburgse Robert Jacob Gordon en Johan Gabriel Stedman waren een paar jaar geleden onderwerp van een Stadsvertelling van HetHuisDoesburg. Zij waren tijdgenoten met Schotse voorouders, die in hetzelfde jaar uit de Republiek vertrokken. Beide zijn nog altijd bekend en beroemd vanwege hun tekentalent. Stedman is het onderwerp van doorlopend onderzoek door HetHuisDoesburg. Zijn tekeningen zijn aan het einde van de 18e eeuw een belangrijke katalysator geweest in het debat rond de slavernij. Het onderzoek naar Stedman richt zich op dit moment op 19e eeuwse Doesburgers met plantages waarvan bekend is dat er slaafgemaakten waren.

Over de vrouw van Stedman, Adriana Wierts, wordt vaak verteld dat zij afstamde van Menno van Coehoorn. Roelof van Gelder schrijft daarover echter in zijn boek ‘Dichter in de jungle’: ‘In de literatuur over Stedman staat steevast geschreven dat Adriana Wierts afstamde van de befaamde vestingbouwer Menno baron van Coehoorn. Dit berust op een vergissing. Er bestaat weliswaar een familietak Wierts van Coehoorn, maar de vader van Adriana (Wijnand Adriaan Wierts) behoorde daar niet toe.’