Portret van de Doesburgse familie Gordon

Jacob Gordon (1701) treedt in de voetsporen van zijn Schotse grootvader en kiest al jong voor een militaire carrière in de Schotse Brigade. De drie regimenten van deze brigade zijn voornamelijk te vinden in de zogenaamde barrièresteden. Die steden beschermen de zuidgrens van de Republiek.

Jacob is begin twintig wanneer zijn regiment is gelegerd in de garnizoensstad Maastricht. Hier ontmoet hij zijn toekomstige vrouw, Johanna Maria Heijdenrijk (1709). Johanna is de dochter van Aletta van Hensbergen en Menso Heijdenrijk, de Nederduits Gereformeerde predikant van Maastricht. Aletta’s zus is getrouwd met Adam Bernard Smits, een collega-predikant in Angerlo*. Smits is de oom en voogd van onder andere Johanna Maria.

Even in Doesburg

In oktober 1726, een maand voor hun huwelijk, is het bruidspaar Gordon-Heijdenrijk dan ook in Doesburg voor de ondertekening van hun huwelijkse voorwaarden*. Hun eerste kind, Menso, wordt zes jaar later geboren in barrièrestad Ieper, waar Jacob op dat moment is gestationeerd. Een jaar later wordt in Ieper ook hun oudste dochter Maria Robbertina geboren.

Permanent in Doesburg

In 1735 vestigt het gezin Gordon zich in Doesburg. Door hun eerdere bezoek is de stad al een beetje bekend terrein en de militaire voorzieningen maken Doesburg tot een ideale woonplaats, ver van het front. De moderne vestingwerken van Menno van Coehoorn zijn dan al gereed en het voormalige Grote Convent*, inmiddels eigendom van de Staat, is in gebruik als Arsenaal. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat de familie een huis betrekt in de aangrenzende voormalige Kloostertuin. Het huis dat ‘de heer Overste Gordon met desselfs familie in huur gebruikt ende bewoont’**.

Vijf kinderen in Doesburg

In Doesburg worden nog vijf kinderen geboren: Adam Bernard Smits, die is vernoemd naar zijn oom, Joan, Otto Derk, Robert Jacob en Aletta Gerarda. Pa Jacob maakt carrière en in 1748 verhuist de familie naar een van de grootste en duurste huizen van de stad. Het huis staat aan de Veerpoortstraat, op de plek waar nu het Van Brakellhofje* is. Hier worden de twee jongste kinderen geboren: Hendrik en Antonetta. Beiden overlijden echter in juli 1753 op vier- en tweejarige leeftijd binnen veertien dagen na elkaar. Ze worden begraven in de Grote Kerk.

Opleiding

De drie oudste zonen: Menso, Adam Bernard Smits en Joan gaan naar de Latijnse school op de Markt. De jaarlijks terugkerende promoties en festiviteiten vinden echter plaats in de Gasthuiskerk. Zo wordt ‘Johannes Gordon, zoon van den Gestrengen Heer Gordon, Colonel onder de Schotten van onze Troepen’ , genoemd als een van de vier die in augustus 1755 naar de Academie van Harderwijk promoveren. De twee jongste zonen, Otto Derk en Robert Jacob, treden in de voetsporen van hun succesvolle vader en nemen dienst in de Schotse Brigade. Vanaf dat moment, zo rond hun tiende, krijgen zij hun opleiding op een ‘Schotse school’ in de stad waar hun regiment is gelegerd.

Van Doesburg naar Harderwijk

Alle zonen studeren aan de Academie van Harderwijk. Dat is ook de stad waar het gezin in 1756 naar toe verhuist. Vijf jaar later, Jacob is inmiddels hoogste in rang en daarmee de naamgever van het regiment, verhuist het gezin naar Leiden. De universiteitsstad is voor Jacob en Johanna Maria het eindstation. Zij keren niet meer terug naar Doesburg en worden respectievelijk in 1776 en 1783 begraven in de Hooglandse kerk*.

> Zie ook: De ‘Republiek’ van 1713 – 1813
Het predikantenbord van Angerlo
‘Zicht op de Kloostertuin’ (Jan de Beijer 1752)
Grafsteen van Jacob ‘James’ Gordon
en Johanna Maria Heijdenrijk, met
wapenspreuk animo non astutia (door moed en niet sluwheid)
Het Van Brakellhofje nu