Terug in de tijd | De Gordons in 1795

1795 is een jaartal met een bijzondere klank. Het is ook een kroonjaar want het is dit jaar 225 jaar geleden. Het laatste kwart van de 18e eeuw is bovendien een hele turbulente periode. Er verandert in korte tijd heel veel in de Republiek. De gebeurtenissen van de tijd blijven niet zonder gevolgen voor de inmiddels meer dan volwassen kinderen van Jacob en Johanna Maria Gordon – Heijdenrijk.

Menso Gordon(1732)

Na zijn rechtenstudie wordt Menso advocaat in Den Haag. Hij blijft ongehuwd en overlijdt begin vijftig, in 1783, het laatste jaar van de Vierde Engelse Oorlog. Menso heeft ongetwijfeld, en niet alleen binnen de eigen familie, de groeiende controverse tussen patriotten en prinsgezinden ervaren. Hij overlijdt kort na zijn moeder en ook hij wordt begraven in de Hooglandse kerk in Leiden.

Maria Robbertina Rasch – Gordon (1733)

Maria Robbertina keert op haar 25e terug naar Doesburg. De oudste dochter van Jacob en Johanna Maria volgt in feite haar aanstaande echtgenoot, de Doesburgse Bernard Johan Rasch, die in 1757 in Harderwijk is gepromoveerd als rechtsgeleerde. Ze trouwen in Doesburg in het voorjaar van 1759 en krijgen 9 kinderen.

Maria Robbertina overlijdt 56 jaar oud in 1789, het tweede jaar van haar mans burgemeesterschap. Hun dochter Bernardina Antonia trouwt met Barthold van Hasselt*. Maria en Barthold zijn de ouders van de Doesburgse Johan Conrad van Hasselt (1797), de man die grote faam verwerft met natuurhistorisch onderzoek in Oost-Indië.

Echtpaar Van Hasselt – Rasch: portretten in de Burgerzaal van het Doesburgse Stadhuis

Adam Bernard Smits Gordon (1736)

Na zijn theologiestudie wordt Adam Bernard predikant in het Zuid-Hollandse Lisse. Op twee onderbrekingen na blijft hij er zijn gehele carrière wonen. Begin 1781 wordt hij tijdens de Vierde Engelse Oorlog benoemd tot predikant op het vlaggenschip van de vloot. Daar ontmoet hij de in Doesburg geboren Jan Hendrik van Kinsbergen, een van de hoogste officieren aan boord. Beiden zijn betrokken bij de slag om de Doggersbank.

Adam Bernard wordt later, tijdens de Bataafse republiek, ook tot vlootpredikant benoemd. In 1801 is hij nogmaals ‘leeraar en voorbidder voor onze strijdende schepelingen’, maar door zijn zwakke gezondheid is dat van korte duur. Hij krijgt toestemming om terug te keren naar Lisse waar hij in 1810 overlijdt.

Joan Gordon (1738)

Na zijn rechtenstudie maakt Joan in Arnhem carrière als magistraat. Hier worden de eerste twee zoons uit zijn huwelijk met Johanna Maria Abresch geboren. Hij is ruim twintig jaar, tot 1791, schepen en burgemeester in Wageningen, waar nog vier kinderen worden geboren. In 1791 vertrekt het gezin naar Harderwijk. Tijdens de omwenteling in de Republiek, in 1795, is Joan daar burgemeester. Zoals op vele andere plaatsen gaat die omwenteling ook in Harderwijk gepaard met ongeregeldheden. Joan wordt door aanhangers van beide kanten gemolesteerd.

Met de komst van de Fransen in januari 1795 raakt hij gewond tijdens de aftocht van buitenlandse prinsgezinde huurlingen. Twee maanden later wordt hij slachtoffer van patriotse burgers als de ‘rechten van den Mensch plegtig onder de Vrijheidsboom gepubliceerd’ worden en verschillende mensen, waaronder Joan, met geweld uit hun huizen worden gehaald om de vrijheidsboom te kussen. Joan overlijdt in 1801.

Een jaar later verhuist zijn weduwe samen met hun twee dochters naar Doesburg. Haar zoon Robbert komt in 1805 als rentenier vanuit Dieren naar Doesburg. Daar trouwt hij met de Doesburgse Helena Jacoba Hamel. Hij is de Gordon die op de Paardenmarkt woont. Helena Jacoba wordt in 1840 begraven op de Algemene Begraafplaats in Doesburg. Vijf jaar later wordt Robbert in hetzelfde graf bijgezet.

Otto Derk Gordon (1740)

In het jaar na het overlijden van zijn vader zegt Otto Derk de Schotse Brigade vaarwel en vestigt hij zich met zijn echtgenote Esther Maria d’Amour in Utrecht. Daar ijvert hij volgens de principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap voor nieuwe politieke en maatschappelijke verhoudingen. Vanaf 1783 speelt hij, tijdens de patriottentijd, in de stad een prominente rol. Op het moment dat de patriotse burgerij in 1786 de macht in Utrecht overneemt, wordt hem de verdediging van de stad toevertrouwd.

In het najaar van 1787 worden de patriottenleiders uit de stad verbannen. Hun eigendommen worden verbeurd verklaard. Otto Derk vlucht met zijn vrouw naar Brussel. Na de omwenteling in 1795 volgt rehabilitatie en een nieuwe carrière in Utrecht. Otto Derk overleeft zijn broers en zussen en overlijdt in 1820.

Robert Jacob (1743)

Robert Jacob schrijft zich niet in aan de universiteit van Leiden, maar bekwaamt zich er in de jaren zestig wel in onder andere anatomie en natuurlijke historie. Na zijn eerste reis naar zuidelijk Afrika, van 1772 tot 1774, geldt Robert Jacob meteen als expert van de Kaapkolonie. In het jaar van zijn vaders overlijden verlaat hij de Schotse Brigade. Hij treedt in dienst van de VOC en vertrekt begin 1777 naar zijn nieuwe post: kapitein van het Kaapse garnizoen.

In de eerste drie jaar maakt Robert Jacob drie grote reizen door de binnenlanden. Hij brengt de kolonie letterlijk in kaart. Zijn contacten met inheemse bevolkingsgroepen als de Khoikhoi, de San en de Xhosa laten bovendien een voor die tijd verrassend open en onbevooroordeelde man zien.

Zoölogen, botanisten en antropologen hebben veel te danken aan de veldstudies van Robert Jacob, maar op het gebied van meteorologie, geologie en geneeskunde heeft hij in zuidelijk Afrika zijn sporen verdiend. In 1780 trouwt de net tot commandant van het Kaapse garnizoen bevorderde Robert Jacob met de Zwitserse Susanna Margaretha Nicolet.

Na de omwenteling in de Republiek neemt Groot-Brittannië de Kaapkolonie over om zijn belangen veilig te stellen. Robert Jacob maakt de nieuwe tijd onder het nieuwe regime niet meer mee. Enkele maanden na de overname sterft hij op 25 oktober 1795, mogelijk door zelfdoding.

De Gordon Atlas

Twee jaar later vertrekt Susanna Margaretha met haar vijf zoons naar Europa. Zij neemt ook Robert Jacons nalatenschap mee, de honderden tekeningen en kaarten die nu bekend staan als
de Gordon Atlas, in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Aletta Gerarda (1747)

Aletta, de jongste dochter, vertrekt naar Den Haag. Hier trouwt zij in 1783 met de ook uit Doesburg afkomstige Johan Albert van der Spijk. Net als zijn zwager Menso is Johan Albert advocaat. In de Hofstad overlijdt Aletta in 1816.