Ik werkte op de Blik | Een interview

In november 2021 zou Verblifa in Doesburg 75 jaar hebben bestaan. Geen jubileum dus, maar wel een datum die aanleiding geeft tot een terugblik op een belangwekkende periode in de geschiedenis van Doesburg. In economisch opzicht en – vooral ook – in sociaal perspectief.

Voor Doesburg en omstreken was de komst van de blikfabriek een zegen. Anderhalf jaar na de oorlog was het land nog uitgemergeld. Maar de mouwen waren opgestroopt. Fabrikanten zochten mogelijkheden voor een doorstart of uitbreiding. De directie van Verblifa, een combinatie van blikfabrieken in vooral Noord-Holland, vond een geschikte locatie: de leegstaande fabriekshal van Ferrocal aan de Koepoortdijk in Doesburg. In de bloeitijd vonden ruim 400 mensen er emplooi. Er zijn nog wel wat oud-werknemers van Verblifa Doesburg over, bijna allemaal in ruste. De een is blij met zijn bereikte pensioen, de ander mist het werk nog steeds. En er zijn er veel die de eindstreep niet hebben gehaald. Ooit verdienden al die arbeiders en ander personeel hun brood als trekker, stanser, stempelmaker of op kantoor.

Bedrijfsschool Bemetel

Een ervan is Bernard Worm. ,,Als je van de ambachtsschool kwam, kon je direct bij de blikfabriek aan de slag”, vertelt hij. In 1952 werd hij ‘ingelijfd’ en opgeleid tot bankwerker en vervolgens tot stempelmaker. Die opleiding gebeurde in bedrijfsschool Bemetel. ,,Ik woonde in het begin in Giesbeek, dus moest ik steeds op de fiets heen en weer. Later kon ik van de fabriek een woning krijgen aan de Koppelweg”. Tussendoor werkte Bernard even bij een gascompressorenfabriek van Thomassen in De Steeg. 

Wie in Worms begintijd als jongeling begon, verdiende 10 gulden en 67 cent, op zaterdag in een doorzichtig zakje overhandigd. ,,Je moest het wel meteen kunnen natellen”, aldus Bernard. Van dat bedrag droeg hij thuis voor kost en inwoning een tientje af. De rest mocht hij houden. 

Twee jaar na Worm kwam de 14-jarige Jan Gansner in de fabriek werken. De ambachtsschool aan de Koepoortwal was in die tijd een drukbezochte vijver waar goedkope arbeidskrachten uit konden worden gevist. Ook de school zelf beijverde zich om leerlingen op deze of gene fabriek geplaatst te krijgen. Er werden excursies naar toe georganiseerd, zelfs vanuit Leiden. De nu in Doesburg wonende Marina Gerbrands zat in 1963 op het Rembrandt Lyceum aldaar en bezocht toen de blikfabriek in het kader van een werkweek. Gansner hoefde voor ‘de Blik’ niet zo’n verre reis te maken. ,,Ik kwam op de revisie-afdeling van de machine-afdeling terecht, een grote ruimte waarin de herrie erg meeviel”, herinnert de geboren en getogen Doesburger zich. ,,Het was wel een vreemde gewaarwording om zo van school in een bedrijf te worden gezet. Je werd er heel anders behandeld”. 

Granaten en helmen

Later mocht hij aan een testapparaat werken. Er was in de jaren ‘50 ook regulier werk van defensie: granaten en helmen maken. Bernard Worm had in zijn diensttijd zo’n Doesburgse helm. Bij het minste of geringste zat die helm vol deuken. Die twijfelachtige kwaliteit kostte in 1956 de staatssecretaris van defensie zijn baan en Verblifa de order. Gansner werd net als Worm van tijd tot tijd uitgezonden naar andere vestigingen van de onderneming, in Dordrecht, Hoogeveen en Leeuwarden met name. “Toen ik in Dordrecht eens mijn handen in de keuken ging wassen, bleken er in het aanrechtkastje konijnen te zitten. Bestemd voor de pan natuurlijk.” 

Jan Gansner kreeg in 1962 via de fabriek een woning aan de Oranjesingel aangeboden. Ook werknemers van gesloten vestigingen van Verblifa in het westen van het land die in Doesburg verder aan de slag konden, en gastarbeiders kregen onderdak in de stad, zoals in de flats aan de Kraakselaan op de hoek van de Prins Hendrikstraat. Die uit 1954 daterende appartementencomplexen waren er mede neergezet door het pensioenfonds van het bedrijf.

Gastarbeiders uit Turkije

In de jaren ’60 kwamen er ook gastarbeiders uit Turkije die in een villa in De Steeg werden ondergebracht en in pensions in Ellecom, andere echter opgepropt in een klein huisje aan de Zandbergstraat. Ganser had de eerste acht Turken op Schiphol opgehaald. Hij vond dat ze een wat aparte lucht bij zich hadden en moest er in het begin wel ‘flink aan wennen’, een andere manier van leven en zo. In totaal ging het volgens Frans Hofman, destijds chef technische dienst, om 40 tot 60 mensen. Op een personeelsbestand van 400 man toch een behoorlijk percentage. Overigens had Verblifa Doesburg in een eerder stadium ook al volk uit het noorden van het land, Spanjaarden en Italianen geworven en niet te vergeten Molukkers. In Doesburg waar veel onbewoonbaar verklaarde woningen de behoefte aan nieuwbouw zeer dringend maakt, werd voor die toeloop flink gebouwd, de zaagtandwoningen in de wijk De Ooi bijvoorbeeld.

Warm eten uit de fabrieksoven

Uit hoofde van zijn functie als ploegbaas had Arend Renkema ook met gastarbeiders te maken. Die hadden maar weinig opleiding, merkte hij. ,,Ze werden aan machines gezet, eentonig werk”. De van elkaar verschillende culturen moesten wel aan elkaar wennen. De Turken deden aan de ramadan. Ze gebruikten ’s nachts een fabrieksoven om eten warm te maken. ,,Dat deden sommige Nederlanders ook”, weet Gansner nog. ,,Zo’n oven was niet zo fris, want er kwamen giftige stoffen uit vrij”. Hoe anders de nieuwelingen uit het zuiden ook waren, zij bleken ook bereid een handreiking te doen. ,,Ik kreeg wel eens een fles raki van jongens die in hun thuisland op vakantie waren geweest”, aldus Renkema. Er kwamen trouwens ook wel ervaren buitenlandse krachten naar de blikfabriek, zoals Tekin uit Krommenie. Toen de vestiging daar sloot, verhuisde hij met de productie van sigarendozen mee naar Doesburg. Met zijn Nederlandse echtgenote geniet hij er nu van zijn oude dag. Sommige landgenoten keerden na afloop van hun contract terug naar Turkije, de meeste bleven. 

De vingerfabriek

Wie kwam, ging en weer kwam, was Arend Renkema. Begin jaren ’70 begonnen als ploegbaas, verkoos hij in de jaren ’80 zeven jaar lang huisman te worden om voor zijn kinderen te zorgen. Daarna pakte hij de draad op ‘de Blik’ weer op. Niet meteen als ploegbaas, maar dat werd hij al gauw weer. In die hoedanigheid had hij veel met zijn 40 medewerkers te maken, niet alleen in zakelijk, maar ook in sociaal opzicht. Arend herinnert zich een pijnlijk voorval. ,,Er gebeurde nogal eens een ongeluk waarbij een werknemer een of meer vingers verloor. De Blik werd daarom ook wel de vingerfabriek genoemd. Ik heb een keer een medewerker naar het ziekenhuis gereden met een van diens vingers ingepakt in papier in de broekzak”. Het was gelukkig geen dagelijkse gang van zaken.

Renkema maakte zich wel zorgen over de herrie die de machines op zijn afdeling, de glassluitingen, maakten. De deksels voor groentepotjes waren eerst van aluminium, later van metaal. Er zullen vast mensen zijn die daar gehoorproblemen aan hebben overgehouden”, vermoedt hij. Het in 1990 ingestelde rookverbod leverde voorts ‘nogal gedoe’ op. Op een speciale plek mocht men vijf minuten roken, maar het was behoorlijk lastig om dat in de gaten te houden. ,,Het was soms moeilijk om het evenwicht te vinden tussen kameraadschap en afstand bewaren omwille van de productiviteit”, aldus Arend.

Gezellige sfeer

Renkema vond de sfeer op de afdeling zeker in zijn begintijd gezellig, ondanks het feit dat de jongere garde wel eens dwars lag en de oudere werknemers soms moeite hadden om de moderniseringen in het productieproces van een lijn of acht bij te benen. Arend was een van de drie ploegbazen. Elke ploeg werkte vijf dagen per week. De fabriek werd op zondagavond opgestart en op vrijdag om 23.00 uur gesloten. Dan lag alles stil. In de periode van 1984 tot de sluiting in 2010 ging het anders: er waren vijf ploegen die non-stop doorwerkten, zeven dagen per week. Alleen op officiële feestdagen, zoals Kerstmis, ging de fabriek dicht. Gelukkig was er ook tijd voor ontspanning, de bedrijfsfeesten bijvoorbeeld die onder meer in de IJsselhoeve werden gehouden. “Die werden druk bezocht”, herinnert de voormalige ploegbaas zich. “Al die onderlinge contacten maakten het best gezellig”.

Het Blikorkest

Er werd ook een uitlaatklep gevonden in een heus orkest: het zogeheten Blikorkest, bestaande uit drie blazers, twee accordeonisten, een drummer, vier zangers en een gitarist. Arend speelde gitaar en accordeon. Het orkest oefende een keer per week en luisterde jubilea op. Een van de hoogtepunten uit het bestaan ervan was het optreden op de wijd en zijd bekende Doesburgse braderie.

Van links naar rechts en van boven naar beneden: Bernard Worm, Herman Schotman, Johan Veldhuis, Rodney Ellis, Ids Hofstra, Willem Supusepa, Arend Renkema, Cocky Vaupell, Jan Duinmaijer, Jan Geurts, Louis van Gaalen, Arnold Kazemier, Jan Klein Herenbrink, Toon Buitink.

De personeelsvereniging organiseerde bingoavonden, sinterklaas voor de kinderen, wadlopen, kegelen, hobbyen in de werkplaats en aan de auto sleutelen in de heftruckwerkplaats. De ondernemingsraad hield de. pensioenvoorziening nauwlettend in de gaten. Specialist daarin was Wijnand Jansen. De OR kon niet voorkomen dat door de diverse overnames de personeelsleden in verschillende fondsen terechtkwamen. Voor de een pakte dat goed uit, voor de ander niet: in plaats van jaarlijkse indexering moest er worden ingeleverd! 

Een ander sociaal aspect was de moeite die de bedrijfsleiding zich getroostte om werknemers die om een of andere reden niet meer volledig inzetbaar waren, op een aangepaste manier voor het productieproces te behouden, mensen die herstellende waren van een zware ziekte bijvoorbeeld. Daarvoor werd een aparte afdeling opgericht waar een oude naam, Weduwe Bekkers, voor werd gekozen. De benodigde machines werden op de tweedehandsmarkt aangeschaft.

BIM

Of er werd gezocht naar een andere oplossing, de kantine bijvoorbeeld. Al die werknemers kregen de verzamelnaam BIM: Beperkt Inzetbare Mensen. Bernard Worm denkt ook dankbaar terug aan de ziekenkas. ,,Daarin zaten twee vertegenwoordigers van de werkgever en twee van de werknemers. Ik heb daar acht jaar lang veel ervaring opgedaan.”

Sociale sfeer

De sociale sfeer die in het bedrijf hing, zette ook aan tot extra inzet. ,,Er werd soms ontzettend gebuffeld”, merkt Frans Hofman op. ,,Er waren dagen dat de mannen 12 uur bezig waren, en bij een storing wel 24 uur. Met Kerst moesten transformatoren worden vervangen, ze werkten al die tijd door. Daar kregen ze natuurlijk wel 100 procent extra voor betaald”. Ook de aandacht voor opleiding stond bij het bedrijf hoog in het vaandel. De leerschool was tot in de verre omtrek bekend. Ook kinderen van werknemers profiteerden mee: het Drijver Hofmeester Fonds, genoemd naar een oud-directeur van het bedrijf, maakte het mogelijk dat zij verder konden leren.

Silgan White Cap

De arbeidsomstandigheden bleken aanlokkelijk, ook voor Jan Molenaar. ,,Ik werkte eerst bij de gieterij in Doesburg”, vertelt de Angerloër, ,,en ging in 1973 of een jaar later bij Verblifa aan de slag. Qua netheid en faciliteiten was het of ik van de hel in de hemel terechtkwam”. Jan werd lijnoperator, maar hij was geen technicus. Kwaliteitscontrole lag hem beter. Ook was hij tien jaar productieplanner van de sigarendozenlijnen. Gedurende al die jaren bij Verblifa zag hij één begrip als een rode lijn door het bedrijf lopen: overname! ,,Uiteindelijk zijn er maar twee onderdelen in Doesburg gebleven’’, constateert Molenaar. ,,Dat zijn de verkoopafdeling en de service van glassluitingen onder de naam Silgan White Cap Nederland BV. En dat bedrijf staat in mijn dorp. Vanuit mijn huis kijk ik er zo op.”

Witte, grijze en zwarte schapen

Reorganisaties, overnames, technischer vernieuwingen en verplaatsingen van productielijnen: Frans Hofman weet erover mee te praten. Van elders naar Doesburg: sigarendozenlijnen, Pano aluminium deksels, kachels waaronder de bekende Calmix die op olie of gas werkte. Van Doesburg naar elders: de machinefabriek en revisie, dekselproductie, luxe trommels, aerosol. ,,Verblifa had ongeveer zes bedrijven. Die zijn allemaal overgenomen door Thomassen & Drijver. Vaak gingen de jongeren er bij een reorganisatie als eerste uit’’, aldus Hofman. ,,Bij de reorganisatie van 1987 had ik een afdeling van 64 man. Ik moest terug naar 32. Ik deelde mijn mensen in witte, grijze en zwarte schapen in. Wit mocht blijven, zwart moest vertrekken en van grijs kon ik er twee houden. Ik deed dat om de mensen duidelijkheid te geven en om te proberen de beste krachten te behouden. Het was mijn grootste angst om de beste krachten te verliezen. Het is me op een na gelukt om dat te voorkomen”. Andere namen in het overnamecircuit zijn CCC, CCE, Impress, Ardagh, Ball Corporation, Trivium Packaging. Een trieste lijst van handel in omzet en winst waar de basis, lees de arbeider, zich maar naar moest schikken. 

Het snoeptrommeltje van Escher

Heel veel producten, vaak halffabrikaten, verlieten de fabriek in Doesburg om in een andere vestiging van de onderneming te worden afgewerkt. Twee voorwerpen springen er uit: de postzegelautomaat en het brievenbusje. Dat busje bevindt zich nu in de collectie van Beeld en Geluid in Den Haag. Eén voorwerp echter stal de show, maar kwam niet uit Doesburg: het snoeptrommeltje van Escher, dat de wereldberoemde kunstenaar ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van Verblifa in 1963 heeft ontworpen. Escher had er eerst geen zin in. Maar toen hij een vorm, de twintigvlak of icosaëder, ontdekte, wilde hij de opdracht wél aanvaarden. De opdrachtgevers aarzelden. Dat voorwerp zou moeilijk in een van hun fabrieken te maken zijn. Maar de kunstenaar bedacht een grondvorm die wél tot een fraai eindresultaat kon worden geleid. En dat lukte in Krommenie. Het trommeltje, een kenmerkend Escherdesign, is nu een collectors-item waar verzamelaars veel geld voor over hebben. Op de website van het Eschermuseum kunt u meer lezen over dit bijzondere product.

De onafwendbare sluiting

Intussen kalfde het bedrijf steeds verder af: de Weduwe Bekkers in 1986 naar Zaanlandia in Wehl, na de ontslagronden in de jaren ’80 resteerden er nog ongeveer 220 medewerkers, in 1991 verkoop van TDV aan het Duitse VIAG, in 2001 werd de productie van sigarendoosjes ondergebracht bij Impress bv in Doesburg, in 2002 begon de technische dienst van White Cap dat de productielijn van glassluitingen had overgenomen met de ontmanteling van het bedrijf. En toen was daar het onafwendbare: de sluiting van de locatie aan de Verhuellweg in 2010. White Cap bleef verdergaan met de productie van glassluitingen, maar dan elders.

“Een verschrikking, die sluiting”, vindt Frans Hofman die toen in het managementteam zat, ,,Ik wilde er niet bij zijn toen de interim-directeur het personeel in de kantine inlichtte. Maar ik merkte daarna pas echt hoe verknocht veel mensen aan het bedrijf waren. Ze waren er kapot van. Werknemers met 40 dienstjaren zagen hun leven in elkaar storten”. Een reïntegratiebureau werd ingeschakeld om mensen naar een andere baan te helpen, maar dat lukte slechts ten dele. ,,Een grote groep die met de verwerking van het ontslag worstelde, was niet in staat ander werk te krijgen. Dat is heel erg geweest”. 

Gemengde gevoelens

Anno 2021 kijken vijf mannen op leeftijd met gemengde gevoelens, waarin genegenheid en trots toch de boventoon voeren, terug op hun leven met het fenomeen Verblifa. De blikfabriek heeft hun leven goeddeels beheerst. Het materiaal zette zich af in hun lijf, gaf zin aan hun bestaan. Hoe diep die gevoelens waren en nog steeds zijn, bleek wel uit de reünie die vier jaar na de sluiting werd gehouden. De toeloop was enorm, ondanks het feit dat er geen personeelslijsten meer waren. Onder de bezoekers bevonden zich lieden die door reorganisaties allang uit Doesburg verdwenen waren en veteranen uit de begintijd. Sommigen waren al in de 90.

Het trotse antwoord

De producten van de blikfabriek zijn de hele wereld over gegaan en zullen uiteindelijk onder de druk van de tijd bezwijken. Maar de geest van de fabriek die ooit aan de Koepoortdijk, tegenwoordig de Verhuellweg, stond, zal haar stoffelijke resten, zoals het pand waar nu Hubo in zit, nog lang overleven. Het trotse antwoord op de vraag aan het begin van dit verhaal kan dan ook niet anders zijn dan: Ik werkte op de Blik! 

De Blikfabriek vroeger en nu. Schuif de pijltjes heen en weer over de afbeelding.

Colofon

Dit verhaal kwam mede tot stand met de hulp van de geïnterviewden Jan Gansner, Frans Hofman, Jan Molenaar, Arend Renkema en Bernard Worm, waarvoor dank.

Research: José Meuwese, Peter Meuwese
Interviews: Marijke Peelen-Sterk, José Meuwese
Tekst: Herman Staring
Bijdragen: Gerda Borghardt, Eddy Krabbenbos, Gijs Reijbroek, Herko Engelsman (Silgan White Cap Nederland) en Justin Wüst (Kuehne + Nagel Logistics BV)  
Videoregistratie: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Foto’s: Cees Duindam, Archief Deventer

Bronnen:
Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg
Archief Beeld en geluid Den Haag
J.W. van Petersen – ‘Doesburg toen en nu’
TDV Archief Deventer
Fotoarchief bedrijfsdirecteur H. Draijer
Historisch Centrum Overijssel
Archief Blikfabriek Hoogeveen
Escher in het Paleis – Den Haag
Blikmuseum ‘Het behouden blik’ Uithuizermeeden (Gr.)
Krantenarchief Delpher
Regiobodeonline.nl
Angerlosnieuws.nl
Nieuwe Tijd Achterhoek – Schatgraven

Brandweervoertuigenonline.nl
Videoarchief Doesburg TV

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen

Doesburg, november 2021

Meer weten?

Verblifa

Verblifa (De Vereenigde Blikfabrieken) werd opgericht in 1912 als gevolg van een fusie tussen de Krommeniese bedrijven, de NV Verwer’s Fabriek en de NV Zaanlandsche Blikfabriek.

Lees verder >

Het bedrijf legde zich toe op blikverpakkingen, huishoudelijke artikelen en kook- en verwarmingsapparatuur, die in fabrieken verspreid in het land werden geproduceerd. In 1954 begint Verblifa ook met het produceren van kunststofartikelen. In de acht fabrieken en het hoofdkantoor werken dan ongeveer 3450 arbeiders. Tien jaar later zijn dat er nog 2400.

Thomassen & Drijver 

Thomassen & Drijver werd opgericht in 1919 met als hoofdvestiging Deventer. Het bedrijf produceert verpakkingsmateriaal voor levensmiddelen en de chemische industrie. In 1965 fuseerde het met Verblifa. Sindsdien heet het bedrijf Thomassen & Drijver – Verblifa.

Wat maakte de Blikfabriek tussen 1946 en 2010?

Tijdens het interview met Bernard Worm, Jan Gansner, Frans Hofman en Jan Molenaar kwamen veel producten voorbij die De Blik tussen 1946 en 2010 maakte, als aanvulling op een lijst die eerder al door Jan Gansner was samengesteld. In dit overzicht, dat is gebaseerd op de bijdragen van alle geïnterviewden, is ook gekeken naar de wisselingen van eigenaars van de Blikfabriek omdat na die wisselingen vaak veranderingen in de productielijnen werden doorgevoerd.
> productoverzicht

> Tijdlijn Blikfabriek Doesburg
Blik

Blik is dun gewalst plaatstaal met een beschermlaagje tegen roest. Dat laagje is gesmolten tin dat door galvanisatie (door middel van elektriciteit) aan het blik wordt gehecht. Er kan ook chroom worden gebruikt. In de lakkerij/drukkerij van bedrijven die bij TDV hoorden, waaronder in Deventer, werden de blikjes gelakt en meestal ook bedrukt. Stansen is het knippen van de aangeleverde blikplaten met een machine. Een uitgestanste ronde of vierkante schijf wordt vervolgens met behulp van stempels in de juiste vorm geperst.

Afdelingen van Verblifa

Bonderij, stamperij, trekkerij (helmen, granaathulzen, jerrycans, deuren van benzinepompen, drijvers of bakens) forceerderij (potten en pannen), lasserij, oliekachels, gaskomforen, spuitbussen, technische dienst productiebedrijf, machinefabriek.

Waar was wat?

Op deze foto van een blik uit 1990 heeft Jan Gansner aangegeven wat er allemaal in de gebouwen van de blikfabriek plaats vond.
In het oudste deel (voor WOII gebouwd) zit heden ten dage de Hubo. Alle andere aangrenzende gebouwen zijn gebouwd in de periode 1946-1990. Het grootste deel hiervan bestaat nog steeds. Alleen ter linkerzijde zijn de gebouwen waar de Weduwe Bekkers en het blikafval werd gestort gesloopt.

Bedrijfsschool Bemetel

Het in de verre omtrek gewaardeerde opleidingsinstituut voor de metaalindustrie waarin jonge werknemers in twee jaar tijd werden opgeleid tot gereedschapsmaker of bankwerker, eventueel gevolgd door een eenjarige opleiding tot stempelmaker. 

Lees verder >

De school leverde een landelijk erkend diploma. De vakken metaal en wiskunde moesten ’s avonds in de ambachtsschool, later technische school, worden gevolgd. Docenten waren onder meer Geerdink, Wanders en Vlemingh. 

Geerdink beschikte over de eerste computer in het bedrijf, een Commodore. De latere CNV-voorzitter Harm van der Meulen werd ook bij Bemetel opgeleid. Vanaf 1950 werkte hij, komend uit Krommenie, als gereedschapsmaker bij Verblifa in Doesburg en ‘dook daar meteen fors in het vakbondswerk’.

Weduwe Bekkers

Weduwe Bekkers was een productielijn voor luxe artikelen, genoemd naar een bedrijf dat oorspronkelijk (eerste helft van de 19de eeuw) in Dordrecht was gevestigd en in de jaren ’30 van de vorige eeuw door Verblifa werd overgenomen. De productielijn werd in 1986 overgenomen door Zaanlandia in Wehl met medeneming van veertien medewerkers.

De reünie van Verblifa in 2014

Oud-medewerkers van de Doesburgse blikfabriek Verblifa hielden op zaterdag 12 april 2014 een reünie. Vanuit het hele land kwamen driehonderd oud-collega’s bij elkaar voor het ophalen van herinneringen. DoesburgTV nam een kijkje en peilde de stemming.

Wim Albers

Een bijzondere werknemer is Wim Albers uit Giesbeek. In het Angerlo’s Nieuws van 4 september 2021 blikte hij terug op een loopbaan van maar liefst een halve eeuw bij TDV. 

Lees verder >
Klik/tik voor groot

Hij was 15 toen hij op de blikfabriek begon. Na drie jaar opleiding werd hij stempelmaker. Wim kon kiezen tussen het maken van ronde deksels en sigarendoosjes. Hij koos voor de doosjes omdat daar meer vakwerk mee gemoeid was. In zijn tijd waren acht man met één doosje bezig, nu door de automatisering nog maar één. Toen de fabricage van sigarendoosjes naar Deventer ging, verhuisde hij vrijwillig mee. Binnenkort is het vroege opstaan en het lange reizen voorbij, dan gaat hij met pensioen.

De Calmix

Gerda Borghardt uit Doesburg herinnert zich dat haar ouders de kolenkachel de deur uitdeden en een Calmix aanschaften. ,,Wij woonden op de eerste verdieping. Onze kolenboer moest de zware zakken steeds naar boven sjouwen. Hij was ten slotte helemaal op.”

Lees verder >

,,De oliekachel die, als ik me niet vergis, van Verblifa kwam, was een betere en humanere manier van verwarmen. Ook fijn voor mijn moeder want zo’n kachel gaf geen stof. Toen we later naar een ander appartement verhuisden, schaften we weer een Calmix aan, wel een grotere.”

Andere tijden

Hoe zeer de ‘blik’ in Doesburg nog altijd een begrip is, bleek ook toen bekend werd dat Doesburg Vertelt aandacht ging schenken aan de Doesburgse start van het bedrijf  in 1946.

Lees verder >

Uit allerlei hoeken en gaten kwamen verhalen boven water onder andere van Eddy Krabbenbos. Hij is de oudste zoon van Herman Krabbenbos die in augustus 1947 bij de fabriek aan de Koepoortdijk aan de slag ging als gereedschapsdraaier en nachtportier. Het gezin kreeg van de toenmalige directeur Draijer in het voorjaar van 1948 een noodwoning op het fabrieksterrein. Eddy Krabbenbos: “Met mijn ouders en jongere broer Rudy hebben wij krap twintig jaar in die ‘schaftkeet’ van 12 bij 4 meter gewoond. Onze buren waren het echtpaar Germs. Deze Doesburgse boekhandelaar woonde in de in 1934 gebouwde villa die nu pal naast het viaduct van de N317 ligt”. Krabbenbos senior wordt portier rond 1960 wegens gezondheidsklachten. Het gezin verkast dan naar de mooie, ruime portierswoning: het voormalige kantoor van Ferrocal. Legendarisch is het verhaal over de ‘fabrieksgans’ en de hond Hertha die tot de vaste outillage van Krabbenbos senior behoorden bij zijn vroege en late inspectiewandeling rond de fabriek.

Klik/tik voor groot

De hond liep dan vooruit, gevolgd door Krabbenbos en de gans kwam weer achter hem aan. De gans had zich als drie weken oud kuiken op het fabrieksterrein gevestigd. Herkende auto’s en hun bezoekers en reageerde ook na de dood van de hond telkens wanneer de naam Hertha viel. 
Eddy Krabbenbos heeft nog veel foto’s uit die periode. Foto’s van een personeelsuitapje naar Bad Boekelo in juni 1949. Een foto uit september 1955 waarop een aantal personeelsleden te zien zijn op de trap naar de kantine. Een foto van een brand die rond 18.00 uur uitbreekt in de fabriek op 20 april 1957. En verschillende foto’s van het ‘fabrieksmuziekkorps’ marcherend in de regen op 1 mei 1963. Zou dat gezien de datum zijn geweest ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid?

Drijver Hofmeester Fonds

Dit fonds is genoemd naar een oud-directeur van Thomassen en Drijver. De aanvraag voor financiële hulp bij het na de lagere school verder studeren van een of meer kinderen kon een werknemer doen via zijn personeelsfunctionaris. Het geld werd op naam van het kind gezet en aan hem uitbetaald.

Bedrijfsbrandweer

Een van de commandanten van de bedrijfsbrandweer van Verblifa was Gijs Reijbroek. Sommige deelnemers waren ook lid van de Doesburgse brandweer. Men maakte gebruik van de Commer, de oude brandweerwagen van de gemeente. Commissaris van de koningin Geertsema kwam ook eens kijken bij een regionale oefening. Een wagen van de Angerlose brandweer kwam toen achter het fabrieksterrein vast te zitten.

Videomateriaal blikfabriek Hoogeveen

Blikfabriek Hoogeveen toont op zijn website een aantal oude filmpjes over onder andere de fabricage van blik. De verzameling bevat ook materiaal van de Vereenigde Blikfabrieken en Thomassen en Drijver en omspant de periode van 1927 tot de jaren ’80.

Blikmuseum ‘Het behouden blik’ 

Blikmuseum ‘Het behouden blik’ in Uithuizermeeden heeft een uitgebreide collectie Nederlandse decoratieve verpakkingsblikken uit de periode 1880-1980. De collectie bevat blikken en curiosa van onder andere De Gruyter, Douwe Egberts, Van Nelle, Van Houten, Broekema, Verkade, Niemeijer, Tiktak en andere. Aan de hand van de ontwerpen wordt een blik geworpen in de keuken van de Nederlandse samenleving.