Doesburg in 1572 | De geboorte van Nederland

Het jaar 1572. Doesburg is een goed beschermde stad. Achter de stadsmuren, de IJssel en de Oude IJssel voelt de bevolking zich veilig. De stad is bereikbaar via de stadspoorten, de bruggen en het veer. Er wonen naar schatting zo’n  2000 mensen, ook wel poorters genoemd. Filips II van Spanje is hun koning. Hij heeft ‘ons land’ in 1558 geërfd van zijn vader, keizer Karel. Die heeft grote delen van Europa verworven als erfenis, door slim te trouwen of door veroveringsoorlogen te voeren.

Als de Meipoort, Ooipoort, Veerpoort en Koepoort ‘s avonds worden gesloten wordt de papklok geluid. De Martinikerk, de Gasthuiskerk, de Commanderij – toen het bezit van de Ridderlijke Duitse Orde – het Stadhuis, het Grote Convent – nu het Arsenaal – , het Fraterhuis en het Kleine Convent zijn veilig. De tachtigjarige oorlog (1568 – 1648 ) is vier jaar oud. De naam Nederland bestaat nog niet. Wat nu ons land is, staat bekend als de Zeventien Provinciën; de Habsburgse Nederlanden.

Wat eraan vooraf ging 

In de Nederlanden woedt in de 16e eeuw een machtsstrijd tussen de adel en de Spaanse koning. De adel wil zijn zeggenschap terug, die in de loop der jaren steeds kleiner is geworden. De streng katholieke Filips II vertrouwt op zijn kardinaal: De Granvelle. Die is vooral bezig met het vervolgen van ketters en overweegt de instelling van een inquisitie, naar Spaans voorbeeld.

In de pan gehakt

Willem van Oranje is een verklaard tegenstander. Hij pleit voor gewetensvrijheid. De Granvelle wordt het land uit gemanoeuvreerd en in april 1566 bieden 200 edelen het ‘Smeekschrift der Edelen’ aan, een oproep af te zien van geloofsvervolgingen. Nog in datzelfde jaar raast in augustus de Beeldenstorm door het land. Filips reactie laat zich raden: geweld. In december arriveert de hertog van Alva in de Nederlanden. Als de nieuwe landvoogd van de Spaanse Nederlanden een nieuwe belasting oplegt, de tiende penning – een soort BTW – is de tijd rijp voor gewapend verzet. In 1568 worden de Spanjaarden bij Heiligerlee in de pan gehakt.

De Geuzen

De protesterende adel heeft ondertussen contact gezocht met de Geuzen. Hun guerrillatroepen bestaan uit verarmde adel, avonturiers, werkloze zeelui en misdadigers. In 1572, na de bezetting door de Geuzen van Brielle (Den Briel) op 1 april, vraagt Willem van Oranje de Geuzen om steun in zijn strijd tegen de Spaanse overheerser. Vanaf dat moment wordt de naam Geuzen gebruikt voor alle verzet tegen de Spaanse overheersing. De inname van Brielle is het startsein voor militaire campagnes in het oosten van de Nederlanden, onder leiding van Willem van Oranje. De campagnes worden georganiseerd vanuit Duitse gebieden, waaronder Dillenburg, de geboorteplaats van Willem. Zijn troepen bestaan uit huursoldaten van verschillende nationaliteiten. Het is het begin van het Staatse leger.

Doesburg in Staatse handen

Onder leiding van graaf Willem IV van den Bergh (van Huis Bergh in ‘s-Heerenberg) en Bernhard van Merode, edelen die tegen de Spaanse overheersing ageren, nemen de opstandelingen in mei 1572 in Gelderland en Overijssel een aantal steden in. Doesburg is er daar een van. Willem van den Bergh is een zwager van Willem van Oranje. Hij is getrouwd met Willems zus Maria van Nassau.

De magistraat, de burgemeesters en de schepenen, is niet echt gelukkig met de komst van de opstandelingen. Kerken, kloosters en geestelijke huizen worden geplunderd. Die oorlogsbuit wordt onder andere gebruikt om de soldaten te betalen. De geestelijkheid voelt zich bedreigd en wijkt uit.

Lang duurt de bezetting door de graaf en zijn geuzenleger niet. Als in oktober Don Frederik, de zoon van Alva, Doesburg nadert, verlaten de soldaten van de graaf de stad. Zij laten Doesburg geplunderd en deels vernield achter. De zijbeuk van de Gasthuiskerk bijvoorbeeld is tijdens de bezetting vernield. 

Zutphen uitgemoord

Een zware vergeldingsactie door de Spanjaarden – niet lang daarna wordt in Zutphen een groot deel van de bevolking uitgemoord – blijft de bewoners van Doesburg bespaard. De stad kan niet van verraad worden beticht omdat de magistraat, weliswaar tevergeefs, tijdens de actie van Van den Bergh de moeite heeft genomen de hulp in te roepen van de stadhouder van Gelre en het Hof van Gelre en Zutphen.

Gevaar voor de bevolking

Vooral in de beginperiode van de Opstand heeft de burgerbevolking een aantal belangrijke taken bij het organiseren van zijn eigen veiligheid. Boeren en burgers moeten wachtlopen en tijdens militaire campagnes vervangen schutters de soldaten. De onregelmatig betaalde soldaten slaan regelmatig aan het muiten en vormen een gevaar voor de bevolking.

In 1576, Alva is inmiddels uit de Nederlanden vertrokken, komt Doesburg na de Pacificatie van Gent weer aan Staatse zijde. Maar de Doesburgse bevolking en de magistratuur zijn het niet eens met de gedwongen protestantisering en zijn bang voor wraak van de Spanjaarden. De bevolking lijdt zwaar onder de hoge krijgslasten van het Engelse garnizoen, die weigeren naar het veldleger te vertrekken voordat zij hun soldij hebben ontvangen.

Het verraad van Doesburg

De soldaten maken zich regelmatig schuldig aan het brandschatten van de dorpen in de omgeving. Dat is een van de redenen dat de steun van de burgerbevolking voor de Opstand afneemt. Daarvan getuigt ook het zogenaamde ‘verraad’ van Doesburg in 1585. In dat jaar lukt het de ontevreden bevolking van Doesburg samen met boeren uit de omgeving de kleine bezetting te verjagen. De stad wordt aan de Spanjaarden overgeleverd en blijft tot 1586 in Spaanse handen.

10 kanonnen

Eind jaren tachtig vallen de Geuzen of Staatsen de stad opnieuw binnen, dit keer onder leiding van de graaf van Leicester. Hij is gestuurd door Koningin Elizabeth van Engeland om het verzet tegen de Spaanse overheersing te ondersteunen. De hoge stenen omwalling van Doesburg blijkt een gemakkelijk doelwit voor de tien kanonnen die aan de overkant van de IJssel worden opgesteld. Er worden twee bressen in de muren geschoten. Burgers en soldaten gebruiken huisraad als bedden, tonnen en houtblokken om de doorgang te belemmeren. Dan steekt de eerder gevluchte magistraat Roelof Schaep de belegeraars de helpende hand toe. Hij laat ze zien hoe de stadsgrachten kunnen worden drooggelegd, zodat de stad makkelijk kan worden veroverd.

Ook de Engelsen houden flink huis. Het Fraterhuis heeft een grote bibliotheek en moet met lede ogen aanzien dat de nieuwe bezetters alle boeken in het openbaar op de Markt verbranden. Het klooster, het Kleine Convent, brandt uit en wordt met de grond gelijk gemaakt.

Het berooide Oosten

De situatie zal nog lang zo blijven. Pas als op 15 mei 1648 de Vrede van MŸnster wordt gesloten tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Provinci‘n komt er een einde aan de 80-jarige oorlog. De Republiek der Nederlanden wordt erkend als soevereine, maar het oosten van de Republiek blijft zwaar berooid achter. Het westen profiteert van de handel van de in 1602 opgerichte VOC.

Ratificatie van de Vrede van Münster door Spaanse en Nederlandse onderhandelaars (Gerard ter Borch, 1648)

De Republiek bestaat uit acht soevereine staten: Stad en Lande (Groningen), Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland, Zeeland en Drenthe. Elke staat bestuurt zijn eigen gebied. Zeven staten (Drenthe valt hierbuiten) sturen hun vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal in Den Haag. De geboorte van Nederland is een feit.

Colofon

Research: Maaike Bäumler
Tekst: vrij naar de Stadsvertelling 1572 van Maaike Baumler op 3 oktober 2020
Tekstbijdragen: Marijke Peelen

Videoregistratie: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Foto Bert Stulp: Cees Duindam

Bronnen:
‘Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog’ van Luc Panhuysen en René van Stipriaan, ‘Filips II Onmachtig Koning’ van Geoffrey Parker, Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Wikipedia, Vaderlandsche Gezichten of Afbeeldingen door H. Gartman, Amsterdam

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen

Doesburg, december 2021

Meer weten?

Willem IV van den Bergh, rebel en Stadhouder 

Willem IV Graaf van den Bergh, wordt in 1537 geboren in Hij wordt geboren in ’s-Heerenberg. In 1556 trouwt hij met Maria van Nassau, de oudste zus van Willem van Oranje. Ze krijgen in 25 jaar maar liefst 17 kinderen. 

Lees verder >

Willem IV is een van de belangrijkste edelen van Gelre, In 1566 is hij mede-ondertekenaar van het Smeekschrift der Edelen. Na de komst van Alva in de Nederlanden in datzelfde jaar vlucht hij naar Duitsland. In 1572 keert hij terug en verovert hij voor Oranje Doesburg, Zutphen, Bredevoort, Doetinchem, Harderwijk, Elburg, Goor, Oldenzaal, Kampen en Zwolle.

Willem IV Graaf van den Bergh

Bij de benoeming van de Stadhouder van Gelre wordt Van den Bergh gepasseerd en hij opent geheime onderhandelingen met de Spanjaarden. Als dat aan het licht komt worden hij en Maria in 1583 gevangen genomen, maar Willem van Oranje ‘regelt’ de vrijlating van zijn zus en zwager.

Kasteel Ulft, C.F. Bendorp, J. Bulthuis
Klik/tik voor groot

Willem blijft een ‘windvaan’ en loopt samen met zijn zoons alsnog over naar de Spanjaarden. Hij overlijdt in 1586 in Ulft. Als Maria in 1599 overlijdt, wordt zij opgebaard in kasteel Ulft. Met haar lichaam is lang gesold voordat het ter aarde wordt besteld in de grafkelder van de kerk in ’s-Heerenberg.

> Tijdlijn van de Tachtigjarige oorlog
Een zware tijd voor Doesburgers

Doesburg was in 1447 toegetreden tot de Hanze, een samenwerkingsverband van handelaren en  havensteden. De Hanze was opgericht om de handel te bevorderen en te beschermen en bracht de stad veel welvaart. 

Lees verder >

Als Richterambt speelde Doesburg een belangrijke rol in het kwartier Zutphen – het hertogdom Gelre was verdeeld in 4 kwartieren. De stad mocht bijvoorbeeld markt houden, in die tijd een belangrijke streekfunctie.

Het Richterambt Doesburg
Klik/tik voor groot

In het Oosten van de Nederlanden speelde grootgrondbezit eeuwenlang een belangrijke rol. Er waren veel kastelen, buitens en landhuizen. In het Richterambt Doesburg zijn kasteel Keppel, de Ulenpas, Luttik(klein) Enghuizen, Enghuizen ,Kell, Oud Kell en Groot Kell in Angerlo, kasteel Bingerden, Wielbergen, het goed Enghuizen in Beinum, het slot van Baer en het kasteel Lathum daarvan voorbeelden. Er was zelfs sprake van een kasteel of burcht in Doesburg – de Roode Toren is daarvan een overblijfsel.

Armoede en slechte voeding

Hoewel het dus op het eerste gezicht een welvarende tijd was, waren er vóór en tijdens de 80-jarige oorlog ook veel krijgshandelingen. Die zorgden ervoor dat het voor burgers en boeren ook een zware tijd was. De burgers van Doesburg moesten de soldaten voorzien van huisvesting en voeding. Daarvoor kregen zij een vergoeding: het serviesgeld. Maar de militairen werden niet altijd consequent betaald, met alle gevolgen van dien. Het was voor een bevolking van 2000 inwoners een zware taak om voor alle soldaten te zorgen. Door armoede en slechte voeding waren er ook regelmatig epidemieën.

Een zware tijd voor de boeren

De militairen in de stad moesten behalve door de burgers van Doesburg ook door de boeren in de omgeving worden onderhouden. 

Lees verder >

En het ging niet alleen om de soldaten. Ook vrouwen, kinderen, zoetelaars (kleine handelaren en marketentsters) en paarden, de zogenaamde tros, teerden op de burgers en de boeren.

De 146 soldaten van het Doesburgse garnizoen consumeerden in 1636 naar schatting dagelijks 219 pond roggebrood; 73 liter bonen en erwten, 37 pond gezouten vlees of stokvis, een gelijke hoeveelheid kaas, meer dan achttien pond boter en 292 liter bier.

Er moesten ook vaak forse bedragen worden betaald aan doortrekkende troepen, om daarmee te voorkomen dat de stad geplunderd werd of in brand gestoken. De omgeving van Doesburg werd regelmatig geteisterd door zwarte ruiters, ruitercompagnieën die op rooftocht gingen. Het was voor het gewone volk dus geen gemakkelijk leven. Eerst de Spanjaarden, dan de Geuzen, daarna nog een keer de Spanjaarden en vervolgens opnieuw de Geuzen. En de hele periode ook nog de troepen op doortocht.

De plundering van een dorp, Pieter Molijn 
Klik/tik voor groot

Geen huis meer overeind

In het Richterambt van Doesburg bleven uiteindelijk nog maar weinig goed functionerende boerenbedrijven over. Door regelmatige plunderingen en brandstichting waren veel boeren gevlucht. In de dorpen van het Richterambt: Angerlo, Drempt en Hoog Keppel, stond geen huis meer overeind.

Boekentip

Gebeurtenissen komen op een bijzondere manier tot leven als ze worden verteld door mensen die erbij waren. Dat geldt voor mensen van nu én van toen. Ook persoonlijke brieven geven vaak een helder inkijkje in voorbije tijden. Daarom is ‘Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog’ van Luc Panhuysen en René van Stipriaan een aanrader. Het boek schetst een beeld van de belangrijkste gebeurtenissen in de Tachtigjarige Oorlog en laat zien hoe het leven in die jaren werd geleefd. Voor wie de Tachtigjarige Oorlog aan den lijve wil ervaren!

‘Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog’ 
Klik/tik voor groot.