Op deze manier is Ubbink bij het begin van de oorlog van Nederland naar Engeland gereisd. Het kaartje is schematisch en geeft alleen een indruk weer. In werkelijkheid zijn de lijnen natuurlijk niet recht. De reis duurt bijna een half jaar.

De reis van Nederland naar Engeland

Na 3 jaar H.B.S. aan het Christelijk Lyceum in Zutphen heeft Ben Ubbink genoeg van de schoolbanken. Hij zoekt de vrijheid en wil de wereld zien. En wat ligt er dan meer voor de hand dan je te melden bij een zeevaartschool? Het wordt Delfzijl. En, oh ja, hij moet zich ook nog aanmelden voor de vervulling van zijn dienstplicht. Dat wordt natuurlijk de Marine.

In Delfzijl wacht hij zijn oproep af. Ondertussen vaart hij al zoveel mogelijk, als een soort stage, op koopvaardijschepen, vooral naar Scandinavië. Op één van die reizen ontmoet hij in de Finse havenstad Abö zijn landgenoot Jan de Groot. De Groot is geheim agent bij de Intelligent Services in Engeland, maar dat weet Ubbink dan nog niet.

Raadselachtig

In een gesprek met De Groot wordt Ben vertrouwelijk en spreekt hij zijn diepgevoelde wens uit om naar Engeland te gaan. Natuurlijk weet hij wel dat dat onmogelijk is vanwege de net uitgebroken oorlog maar toch … Hij zou het zo graag willen! Bij het afscheid zegt De Groot tegen de jonge Ubbink enigszins raadselachtig: “Jou zie ik vast nog wel terug”.

De wens om naar Engeland te gaan blijft kriebelen en op een volgende trip, nu naar Stockholm, raapt Ben alle moed bij elkaar. Hij gaat naar de consul-generaal van Nederland in Zweden, een zekere De Jong. De consul laat er geen gras over groeien. Hij lijkt over connecties te beschikken en houdt Ben voor dat de reis in elk geval over Rusland moet gaan. De Jong regelt een visum voor Rusland en treinkaartjes van het Russische verkeersbureau Intourist. Met Ben reizen ook andere Nederlandse jongens mee. Eerst gaat het per vliegtuig van Stockholm naar Moskou en dan per trein naar Bakoe aan de Kaspische Zee.

Naar Teheran

In Bakoe stapt het gezelschap op een boot naar de overkant van deze binnenzee, naar Iran (toen Perzië). Op de kaart lijkt de hoofdstad Teheran dan al dichtbij, maar in een gammele taxi over slechte wegen is de afstand nog best groot. Gelukkig heeft één van de jongens wat extra geld bij zich want de chauffeur durft wél te vragen. De rit duurt uiteindelijk vijf dagen. In Teheran wordt enkele weken rust gehouden.

De Nederlandse gezant ter plaatse is een uitstekend gastheer, maar ze moeten weer verder, nu per trein. Khorramshahr, een haven aan de Perzische Golf, is het voorlopig eindpunt. Daarna is de boot weer aan de beurt. Mumbai in India (voor Ben is het Bombay in Brits-Indië) is de bestemming. En daar sta je dan, met een paar andere Hollandse jongens in een grote chaotische stad.

Etentje

Gelukkig helpt hun Nederlandse afkomst hen ook nu weer uit de brand. Ze worden gastvrij ontvangen door de Nederlands honorair consul die hun problemen vriendelijk aanhoort. Hij weet raad. Voor een etentje met de jongens nodigt hij ook de gezagvoerder van een Nederlands koopvaardijschip uit. Deze ligt al een tijdje in de haven met zijn schip “de Blommersberg” want hij heeft te weinig goed opgeleid personeel.

Naar Engeland

Eén en één is daarna al snel twee. De gezagvoerder krijgt goedkope mensen die goed zijn opgeleid om een schip te besturen. De heren kunnen verder naar hun uiteindelijke doel: Engeland. Eerst gaat het met een lading naar Kaapstad, vervolgens naar Montreal in Canada. Dan, eindelijk, vindt de reder een lading die naar Engeland moet worden vervoerd. 

Al deze details weet Ubbink als 55-jarige gepensioneerd gezagvoerder nog prima te reproduceren, maar daarna laat zijn geheugen hem even in de steek. Hij ís in Engeland aangekomen, dat is zeker. Maar in welke haven? Geen idee meer. Op het kaartje is daarom Liverpool maar ingevoerd, als één van de grootste havens in Engeland. Het achterliggende idee is dat als het Londen was geweest, hij het vast nog wel zou hebben geweten. Het groepje mannen is in maart 1941 in Stockholm vertrokken en uiteindelijk in augustus 1941 in Engeland gearriveerd.