Ubbink over zijn chef Bingham

53 jaar voordat de archieven open gaan (lees “Oorlogje spelen” in de Volkskrant van 9 november 1998) schrijft Ben Ubbink in alle haast een verslag aan de Engelse geheime dienst SOE. In dat stuk laat hij zijn gedachten de vrije loop over zijn chef gedurende de opleidingstijd in Engeland, Seymour Bingham. Deze Bingham is een in Nederland geboren Engelsman die vóór de oorlog bij het consulaat generaal van Engeland in Amsterdam heeft gewerkt. Direct na de invasie van de Duitsers in Nederland vlucht hij naar Engeland waar hij zich aanmeldt bij de Engelse geheime dienst.

Seymour Bingham

Vanwege zijn goede kennis van het Nederlands wordt hij overgeplaatst naar de SOE-Dutchsection. De SOE is door Churchill opgericht om in de bezette landen de Duitsers bestrijden en een geheim leger te vormen dat de Engelsen kan helpen bij een eventuele invasie. Ubbink vertrouwt Bingham voor geen cent. In zijn rapport meldt hij dat hij weliswaar geen bewijzen kan aanvoeren voor diens onbetrouwbaarheid, maar dat hij een aangeboren vermogen heeft om iemands karakter te beoordelen en dat dit vermogen alleen maar is versterkt door zijn vele reizen.

Dat wantrouwen wordt nog gevoed als hij, nog maar net in Nederland, in Den Haag gevangen wordt gezet en intensief door de Duitsers wordt verhoord. Hij moet uitgebreide inlichtingen geven over alle personen waarmee hij gedurende zijn opleiding heeft gewerkt. Over één persoon wordt niets gevraagd: zijn directe baas Seymour Bingham. De Duitsers zeggen hem dat hij het niet in zijn hoofd moet halen om te liegen. Ze zijn al van alles op de hoogte omdat ze spionnen hebben die bij de Engelse inlichtingendienst werken. Ubbink denkt dan direct aan Bingham. 

Verdachtmakingen

Ook in de gevangenis van Haaren wordt door de gevangenen meermaals over Bingham gesproken. Alle gevangengenomen collega’s kennen hem immers. De meesten vertrouwen hem ook niet. In plaats van de geheim agenten moed in te spreken, wat toch van een leider verwacht mag worden, uit Bingham zich pessimistisch over de oorlog. Het lijkt wel of hij het moreel van de strijders wil aantasten in plaats van opbeuren. De opmerking van Bingham vlak voor het vertrek van het vliegtuig met Ubbink en Overes naar Nederland past dan ook precies in dit plaatje. Deze en andere verdachtmakingen noemt Ubbink in het rapport dat hij vlak na de oorlog heeft opgemaakt. Hij doet dit vooral voor zijn kameraden die zijn gefusilleerd en zich niet meer kunnen verdedigen. Bingham wordt vlak voor het eind van de oorlog ontslagen omdat zijn uitlatingen zelfs zijn directe baas te gortig worden.

Eén dag na de invasie in Normandië vertrekt Bingham naar Australië. Natuurlijk, zijn taak zit er dan op, maar één dag is wel héél snel. Is de grond hem te heet onder de voeten geworden? Er zijn sinds de oorlog al heel wat beschouwingen over de SOE en dus ook over Bingham verschenen. Zover bekend is het rapport van Ubbink, op twee A4tje’s en geschreven in grote haast (“this report has been made by me in the greatest hurry”) nog in geen enkele studie gebruikt. De verdachtmakingen van Bingham, als zou die mogelijk een spion zijn geweest van de Sicherheitsdienst, zijn dan ook waarschijnlijk nergens anders zo expliciet door een ervaringsdeskundige vermeld.