De Engelsen over Ubbink

In Engeland zijn over Ubbink verschillende rapporten gemaakt. Deze zijn bewaard gebleven en bevinden zich nu onder andere in het archief van het NIOD

De inhoud van het eerste rapport, opgesteld gedurende zijn opleiding, is beperkt. Ubbink zit een deel van zijn opleiding in Schotland. Daar moet hij ervaring opdoen in het verzamelen van inlichtingen bij de plaatselijke bevolking. Hij zegt daar zelf later over dat hem dat goed afging. Hij deed dat bijvoorbeeld door in een café rondjes bier te geven zodat de gasten vanzelf loslippig werden. In het verslag over deze periode wordt door zijn meerdere opgemerkt dat de student slim is, hard werkt en zeer geschikt is voor het inlichtingenwerk. Uit alles blijkt dat hij erg gemotiveerd was om geheim agent te worden en het leuk vond om het werk te doen.

Beperkte vrijheid

Het beeld over Ubbink is na zijn terugkeer radicaal veranderd. Na de periode van de verhoren blijft hij geïnterneerd in het kamp waar hij is opgenomen, Hij heeft maar een beperkte vrijheid. Het rapport wat dan over hem wordt opgemaakt is heel wat uitgebreider dan bij zijn opleiding. Ubbink laat heel goed blijken dat hij ontstemd is dat hij als Duitse spion wordt verdacht en dat zijn vrijheid hem gedurende zijn verhoorperiode en daarna is afgenomen. Op 22 april 1944 meldt zijn begeleider en bewaker dat hij gezegd zou hebben dat hij zijn vrijheid zelf wel terug zal pakken als die hem niet wordt gegeven. Er wordt blijkbaar van hem verwacht dat hij klusjes doet wanneer er geen verhoren plaatsvinden. Ubbink weigert dat in eerste instantie. Toch moet hij in de tuin werken. Hij doet dit samen met zijn maatje Pieter Dourlein, die dan Diepenbroek wordt genoemd. Zijn begeleider doet in een rapport zijn beklag over dit tweetal.

Jonge meiden

Zo schrijft hij bijvoorbeeld dat toen hij even zijn aandacht besteedde aan anderen onder zijn gezag, het tweetal hem stiekem smeerde door over het hek te klimmen. Toen hij dat doorkreeg is hij ze heimelijk gevolgd en zag hij dat ze een eind buiten de tuin druk in gesprek waren met enkele jonge meiden. Toen de bewaker ze samen met een collega wilden inrekenen hoorde hij Ubbink tegen Diepenbroek zeggen: “daar komen de bastaards aan”. Daarop gingen ze dan toch maar schoorvoetend naar hun huis terug. De bewaker stelt in zijn rapport nog met enige trots dat hij Ubbink daar nog gewaarschuwd heeft voortaan geen beledigende taal meer uit te slaan.

Ubbink reageerde daarop zeer geagiteerd door te stellen dat de Engelsen er de schuld van zijn dat zijn familie in de gevangenis zat en dat hij niet wenste steeds bespioneerd te worden. Zijn begeleider probeert de zaak nog te sussen door te zeggen dat hij ook maar zijn werk doet maar dat maakt op Ubbink weinig indruk. Zo staat het rapport vol met voorbeelden dat Ubbink en Dourlein voortdurend de confrontatie zoeken met de mensen die boven hen zijn gesteld

Voor onbepaalde tijd gedetineerd

Op een keer moest hij aan het werk in de broeikas op het terrein waar hij was geïnterneerd. Hij waande zich onbespied door z’n begeleider. Hij plantte toen zaadjes in de bak waar al eerder andersoortige zaadjes in waren geplant zodat de oogst wel moest mislukken. Ook plaatste hij een mannetjeskonijn bij de vrouwtjeskonijnen waardoor er dingen gebeurden die beslist niet de bedoeling waren. Gedurende al deze tijd wordt gewacht op de beslissing van zijn meerderen in de geheime dienst: worden Dourlein en Ubbink nu wel of niet gezien als Duitse spionnen. Vlak voor de beslissing zou gaan vallen en hij dus weg mocht uit het interneringskamp, wordt Ubbink volgens zijn begeleider opeens heel coöperatief. Hij haalt uit eigen beweging veel onkruid weg uit de tuin, knipt overtollige klimop weg en doet andere nuttige dingen. Hij vermoedt dat Ubbink moe geworden is van het steeds maar moeilijkheden te veroorzaken en pikt nu volgens hem als een tam vogeltje uit zijn hand. En dan komt uiteindelijk de uitslag. Het is volgens het rapport een grote schok voor hem dat hij toch als een Duitse spion wordt gezien en dat hij, net als Dourlein, de gevangenis in moet. Dit wordt dan gebaseerd op een artikel dat kort daarvoor in de wet is opgenomen. Daarin wordt gesteld dat personen die als spion van de vijand worden beschouwd of anderszins met de vijand hebben meegewerkt, zonder proces en voor onbepaalde tijd gedetineerd kunnen worden. Gelukkig heeft de gevangenschap niet lang geduurd. Binnen een maand worden de mannen vrijgelaten.

> Terug