Luchtfoto van 10 april 1945

De Gieterij in de oorlog

Vrijdagochtend 10 mei 1940. Om 4.00 uur in de ochtend verschijnen de eerste Duitse vliegtuigen boven Doesburg. Nederlandse Pontonniers blazen het uitneembare deel van de schipbrug op en brengen het tot zinken. Om 8.00 uur is Doesburg door de Duitsers bezet. De dagen daarop ligt het werk bij Ubbink stil, maar na de capitulatie op 15 mei keert de dagelijkse routine weer terug en wordt de productie weer opgepakt.

Op 17 juli 1940 wordt de eerste aandeelhoudersvergadering gehouden. Er worden drie commissarissen benoemd, die samen met de gebroeders Ubbink het beleid gaan bepalen. Opvallend genoeg blijkt uit de ‘oorlogsnotulen’ dat het woord ‘oorlog’ en de te voeren bedrijfsvoering geen onderwerp van discussie zijn. Dat zijn ze natuurlijk wel, maar ze zijn uit veiligheidsoverwegingen onvermeld gelaten.

De directie formuleert vier doelstellingen voor die bedrijfsvoering in oorlogstijd:

  1. Er moeten zoveel mogelijk werknemers aan het werk blijven om te voorkomen dat zij op transport worden gesteld naar Duitsland.
  2. Het uitgangspunt is om gietwerk te blijven maken voor huishoudelijk gebruik. 
  3. Er wordt zo weinig mogelijk geproduceerd voor de (Duitse) oorlogsindustrie.
  4. De fabriek moet zo goed mogelijk intact worden gehouden en er moet worden geprobeerd de capaciteit te vergroten, voor na de oorlog.

Al direct volgt een forse tegenslag voor de eerste doelstelling. In mei 1942 worden 40 arbeiders gevorderd om in Duitsland in de oorlogsindustrie tewerkgesteld te worden. Ondanks heftige protesten lukt het niet om dit te voorkomen. De directie slaagt er wel in vorderingen van nog meer werknemers, eind 1942 en begin 1943, ongedaan te maken. Mede dankzij de lobby van één van de belangrijkste afnemers, de N.V. Nederlandsche Ford Automobielfabrieken in Amsterdam, krijgt Ubbink het predicaat ‘kriegswichtig’. 

De Doesburgsche IJzergieterij is daarmee ‘gepromoveerd’ tot een ‘kriegsentscheidend Betrieb’. Dit houdt in dat het bedrijf kan uitbreiden. In mei 1940 zijn er nog 280 arbeiders, maar in de loop van 1943 is dit aantal al gegroeid tot circa 450. Met die groei wordt invulling gegeven aan punt vier van de geformuleerde bedrijfsdoelstellingen. 

Inval van de SD

In de zomer van 1943 doet de Duitse Sicherheitsdienst een nachtelijke inval in de fabriek. De SD zoekt in de nieuw gebouwde gieterijhallen naar wapens, die er niet zijn. Niet lang daarna, op 25 oktober 1943, komen twee hoge Duitse officieren op bezoek om te spreken over het fabriceren van granaathulzen van temperijzer. Er wordt uren gepraat, waarbij alle door de directie geopperde bezwaren door de Duitsers worden afgewezen. Als beide directeuren categorisch verklaren dat onder hun leiding geen granaathulzen worden gefabriceerd is de verwachting dat de fabriek onder Duits beheer zal worden gesteld. Tot verbazing van de directie gebeurt er niets. Na de oorlog blijkt waarom die beslaglegging van de fabriek niet is doorgegaan.

Kurt Gerstein

Herman Ubbink heeft tijdens zijn studie ‘Hüttenkunde’ in Duitsland een studievriend ontmoet, Kurt Gerstein, met wie hij voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog goede contacten opbouwde. Beide hebben dezelfde strenge geloofsovertuiging. Kurt is bewust in dienst getreden van de SS (Schutzstaffel), om misstanden over de vernietiging van de Joden in Polen aan de westerse wereld kenbaar te maken. In Doesburg en Berlijn heeft Kurt zijn vriend Herman een aantal keren ontmoet, waarbij ze hun afkeer tegen het nazidom bespraken. Kurt is ervan op de hoogte dat de ijzergieterij mogelijk onder Duits beheer gaat komen. Hij weet die overname als ‘gieterij-deskundige’ te voorkomen door te beweren dat het procedé van het temperijzer niet voldoende is doorontwikkeld. De autoriteiten in Berlijn nemen dit advies over en zien af van beslaglegging.

Johan Herman Ubbink is krap 20 wanneer hij de Duitser Kurt Gerstein ontmoet. Tussen de mannen, beiden lid van een christelijke jeugdvereniging, ontwikkelt zich een hechte vriendschap. Na het uitbreken van de oorlog bezoekt Gerstein, inmiddels SS-officier, Ubbink in Doesburg. Gerstein werkt mee aan de ontwikkeling van het gas Zyklon B. Wanneer hij erachter komt waar de nazi’s het gas voor willen gebruiken, tracht hij verschillende instanties te waarschuwen. Regisseur Costa Gravas maakte in 2002 een film over Gerstein, naar het toneelstuk Der Stellvertreter (1963) van de Duitse auteur Rolf Hochhuth.

Dolle Dinsdag

In september 1944, na ‘Dolle Dinsdag’, is er geen elektriciteit meer; de fabriek ligt praktisch stil. Alle mannelijke werknemers worden door de Organisation Todt opgeroepen om zich te melden voor het graven van loopgraven langs de IJssel. Het lukt de directie om 60 om mannen vrijgesteld te krijgen,  om zo de fabriek intact te houden en te voorkomen dat het bedrijf wordt leeggeroofd. Op 3 april 1945 ligt de fabriek helemaal stil en is bezet door Duitse soldaten. Op 5 april bevrijden Canadezen troepen Angerlo. Vanaf Voor-Drempt beschieten ze Doesburg met mortieren en fosforgranaten. Op 11 april ontstaat na een heftig vuurgevecht een felle brand in de kantoren en het magazijn van de gieterij, die geheel in de as worden gelegd. Op 16 april is Doesburg bevrijd.

> Terug