Reconstructie van een hoogoven met ijzergieterij in de 18e eeuw door W. Gilles

IJzeroer en waterkracht langs de Oude IJssel

> Zie ook: Wat is ijzeroer?

Door de combinatie van het voorkomen van ijzeroer en waterkracht langs de Oude IJssel is op meerdere locaties een bloeiende ijzerindustrie ontstaan, die tot op de dag van vandaag voortleeft. Een van die plaatsen is Doesburg. Hier wordt aan het einde van de 19e eeuw, op de plaats waar de Oude IJssel in de Gelderse IJssel uitmondt, een ijzergieterij gevestigd.

> Zie ook: Historische plek

De basis van die gieterij wordt gelegd in 1893, als mevrouw J.A. Schaepman-Roes vergunning aanvraagt voor de vestiging van een ijzer- en metaalgieterij op een braakliggend stuk gemeentegrond bij de haven. Die vergunning wordt op 20 juli 1893 verleend. Architect H. Bloemendaal uit Doesburg krijgt opdracht het fabrieksgebouw te ontwerpen.

75 gulden per maand

In het begin gaat het niet erg voorspoedig met de gieterij van mevrouw Schaepman. Er drukt een flinke hypotheek op de noodlijdende onderneming en ze wil de gieterij van de hand doen. Het is Barend Ubbink (* 1866 – † 1932) die de onderneming in 1896 overneemt. Barend kijkt de kat eerst uit de boom en sluit op 3 juli 1896 een huurcontract met de eigenaresse af. Hij huurt de fabriek voor 75 gulden per maand, met een optie tot koop. Die 3e juli wordt door de Barend Ubbink-groep nu nog beschouwd als de startdatum.

Drankgebruik

In de fabriek werken 30 arbeiders in een tweeploegendienst van 6.00 tot 20.00 uur. Over de werkomstandigheden is niet veel bekend, wel over het drankgebruik onder de arbeiders. De schuin tegenover de gieterij gelegen kroeg ‘Het Loodsje’ speelt in dat verhaal een belangrijke rol. Voor de in streng calvinistische traditie opgevoede Barend Ubbink zijn de drinkgelagen een doorn in het oog. Op betaaldag haalt hij hoogstpersoonlijk de notoire drinkers uit de kroeg, om te voorkomen dat ze hun hele weekloon verzuipen en de moeders geen brood op de plank hebben.

Op 7 juni 1898 koopt Barend Ubbink met zijn laatste geld de Doesburgsche IJzer- en Metaalgieterij. Om de fabriek toekomstbestendig en renderend te maken is uitbreiding meteen noodzakelijk. Gelukkig kan Ubbink rekenen op een onvoorwaardelijk vertrouwen in zijn zakelijke kwaliteiten door bankier W.C. Ketjen van het bankiershuis Schattenkerk & Co uit Doesburg. Enkele jaren later wordt Barends jongere broer Willem Herman Ubbink, ‘meneer Herman’ (* 1877 – † 1936) in de directie opgenomen. Samen lukt het de broers het bedrijf tot grote bloei te brengen. De twee leggen de basis voor een 125 jarige periode van voorspoed en tegenslagen.

De vooroorlogse jaren

In 1899 stijgt het aantal arbeiders tot 62. De productie bedraagt op dat moment 700 ton per jaar. Het tijdperk van de stoommachine loopt ten einde. Het oude machinepark wordt vervangen door hydraulisch aangedreven machines. Met de groei van het bedrijf neemt ook de samenhorigheid onder de arbeiders toe. Op 1 mei 1904 wordt een onderling ziekenfonds opgericht. De deelname is verplicht – de contributie bedraagt 5 cent per week.

Het bedrijf wordt ook geconfronteerd met tegenslagen. Zo gaat op 10 mei 1905 de modelmakerij in vlammen op. Als zich op 1 augustus 1908 een bedrijfsongeval voordoet kan dokter d’Ailly niets anders doen dan de dood vaststellen van machinist Jakob Bruil.

Op 1 januari 1911 wordt de structuur van het bedrijf omgezet in een VOF, een vennootschap onder firma. De naam: B. Ubbink & Co, Doesburgsche IJzer- en Metaalgieterij. Twee jaar later, in 1913, is het bebouwde oppervlak gegroeid van 940 naar 4.700 m2. Het aantal arbeiders groeit naar 120 en de productie loopt op tot 2.200 ton per jaar. Tijdens de Eerste Wereldoorlog neemt de binnenlandse vraag zienderogen af. Ook de export valt bijna helemaal weg en de afzet daalt met sprongen tot het niveau van 1899.

Een nieuw gezicht

Op 1 juli 1924 is Johan Bernard Ubbink (* 1902 – † 1996), de tweede zoon van Barend, een nieuw gezicht in het bedrijf. De fabriek ondergaat een gevoelig verlies als in 1932 vader Barend Ubbink, ’meneer B’, overlijdt, in 1936 gevolgd door zijn oom  Willem Herman Ubbink, ‘meneer Herman’. Na het overlijden van de beide broers komt het bedrijf in handen van de twee zonen van Barend: Johan Bernard Ubbink en Johan Herman Ubbink (* 1909 – † 1990, ‘jonge meneer Herman’). Johan Bernard en Johan Herman loodsen het bedrijf door de crisis in de jaren dertig. De bedrijfsresultaten tussen 1930 en 1936 zijn negatief en de reserves moeten worden aangesproken. Bij de nieuwe huisbankier, Van Ranzow’s Bank N.V., wordt een krediet aangevraagd. De bank vraagt een zekerheidstelling, zeer tot ongenoegen van de gebroeders Ubbink, die het zien als een motie van wantrouwen voor hun ondernemerschap. Zij besluiten dan ook de relatie te verbreken, en gaan in zee met de Nederlandsche Middenstandsbank.

In het begin van de crisis gaat hun grootste afnemer, de DAVO Haardenfabriek in Deventer, ten onder. Om het gietwerk te behouden wordt in 1933 het besluit genomen om dat bedrijf dan maar over te nemen. Het blijkt een goede investering. Al in 1937 wordt er uitgebreid; de productie van kachels en haarden stijgt van 650 naar 5.000 stuks.

Smeedbaar gietijzer

In die periode wordt een belangrijke stap gezet voor de toekomst van het bedrijf. Ubbink start met de productie van ‘smeedbaar gietijzer’, dat tot op dat moment in Nederland niet wordt gefabriceerd. Johan Herman Ubbink heeft dit lastige procedé in 1932 in Aken bestudeerd. Hij weet zijn broer ervan te overtuigen om over te gaan op de productie van dit ijzer, dat rekbaarheid verbindt met een hoge trekvastheid. Het product krijgt de naam ‘temperijzer’. Ubbink heeft in 1934 de primeur op de Nederlandse markt. De eerste producten zijn deurgrendels en keilbouten.

Hüttenkunde

In het Duits wordt een ijzer- of staalbedrijf ‘Hütte’ genoemd. Vandaar ook de bijnaam van de Doesburgse gieterij, ‘De Hut.’ De grootste crisisproblemen zijn inmiddels overwonnen en in de jaren 1937 tot 1939 wordt een bescheiden winst geboekt. De gieterij produceert in die tijd onder andere rioolputten met deksels, dakramen, vloerroosters, hekpalen en verkeersborden.

De wederopbouw

De opbouwfase na de oorlog wordt gekenmerkt door hard werken, met veel moeilijkheden en teleurstellingen. Het gaat daarbij vooral om het vinden van voldoende en geschikte arbeiders. De animo om bij Ubbink te werken is niet groot. Door verbeteringen in de werksituatie en aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden als een vijfdaagse werkweek en een winstuitkering, lukt het om aan het begin van de jaren vijftig meer dan 500 arbeiders aan het werk te hebben.

> Zie ook: De Gieterij in de oorlog

De periode 1940-1945 is voor het bedrijf een uiterst moeilijke tijd. Er moet veel worden geschipperd, en het bedrijf lijft veel schade. In de periode 1946 – 1950 worden de infrastructuur en de outillage verbeterd. Er wordt nieuw gebouwd. Er komt een magazijn, een ovengebouw, een oliegestookte temperoven, smeltovens en een bereidingsinstallatie voor de productie van staalzand. Er worden moderne Amerikaanse vormmachines aangeschaft. De kostbare investeringen, gecombineerd met het te lang doorwerken met verliesgevende projecten, brengen echter niet de verwachte groeiende omzet. De productie van gietijzeren dakramen in de hoofdvestiging Doesburg stagneert door het gebrek aan vormers. Op 8 april 1950 start in een nieuw filiaal in Winterswijk de productie bij Ubbinks Dakramengieterij. Het gaat voorspoedig met de fabricage en de afzet is een welkome bijdrage aan de bloei van het bedrijf. 

Toonaangevend

De gieterijen in Doesburg en Winterswijk zijn in Nederland toonaangevend op het gebied van gegoten temper- en nodulair ijzer. Financieel-economisch baren de jaren vijftig echter veel zorgen. Dit komt met name door de dalende afzet van gewoon gietijzer in de huishoudelijke sfeer; kachels, haarden, (gas)-komforen en koffiemolens.

Rampjaar

Door slechte resultaten wordt 1952 een rampjaar. Er volgt ontslag voor 50 werknemers; voor 280 medewerkers wordt een verkorte werkweek ingevoerd (43½ uur). Er is een gebrek aan orders en aan eensgezindheid aan de directietafel. Er wordt gezocht naar nieuw kapitaal en het management wordt gesaneerd. Het verlies en de niet malse kritiek op de leiding zet de beide directeuren, de gebroeders Ubbink, aan het denken over de te volgen bedrijfsvoering. In familieberaad wordt de kwestie nadrukkelijk en emotioneel besproken, en in een bijeenkomst op 6 december 1952 wordt de knoop doorgehakt en een van beide broers vertrekt.

Naar Canada

Tijdens de vergadering van de Raad van Commissarissen op 7 januari 1953 leest Johan Herman Ubbink een verklaring voor. Hij trekt zich terug uit de directie. Hij blijft nog in functie tot mei 1953 als de nieuwe commerciële man zijn intrede doet. In 1954 emigreert Herman Ubbink met zijn gezin naar Canada. Van de beoogde verbetering in de bedrijfsvoering is echter geen sprake, en de nieuwe commerciële man is in april 1954 al weer vertrokken. Jan Jurrien ( * 1915  –  † 1994), de zoon van ‘meneer Herman’ wordt in een commercieel-technische functie aangesteld. Dat werpt wel vruchten af. Er wordt een defensieorder binnengesleept van 900.000,- gulden voor het gieten van granaten.

Teveel stuurlui

De staf, onder leiding van Johan Bernard Ubbink, opereert niet als een eenheid. Twee nieuw aangestelde directieleden vinden dat er teveel ‘stuurlui’ in de top van het bedrijf zitten. De directie besluit de leiding van het bedrijf onder te brengen in een tweemanschap: een directeur en een adjunct-directeur. Door dit besluit ziet Jan Jurrien Ubbink een verdere carrière geblokkeerd. Hij wordt in 1958 directeur van een ijzergieterij in Zeeland. Om wederzijdse concurrentie te voorkomen zijn in 1955 contacten gelegd met ijzergieterij Vulcanus in Vaassen. Er wordt een regeling getroffen om op evenredige basis nodulair ijzer te produceren. Begin 1958 wordt om dezelfde redenen ook contact gezocht met ijzergieterijen in de omgeving, maar dat loopt spaak. Het blijft bij een regeling met Vulcanus in Vaassen. Eind 1958 ligt er een vijfjarenplan met een strategie voor de toekomst. Het gewone gietwerk gaat naar Winterswijk. Doesburg wordt ingericht voor geautomatiseerd massawerk.

Persoonlijkheid

Johan Bernard, kort voor zijn overlijden

De universitaire opleiding in Delft, zijn heldere verstand en zijn moed maken van Johan Bernard Ubbink een persoonlijkheid met gezag. Hij heeft het inzicht om moeilijke maar onvermijdelijke beslissingen te nemen, ook binnen de familieverhoudingen, als dat na een lange reeks van moeilijkheden nodig is. Aan hem is in belangrijke mate te danken dat een tweede weg – naar plastics – wordt ingeslagen en dat kennis en activiteiten van het gieterijbedrijf in Doesburg behouden blijven. Het is ook mede aan hem te danken dat dit in goed overleg en zonder blijvende schade is verlopen.

Een modern bedrijf

In 1962 wordt besloten om van Gieterij Doesburg een modern bedrijf te maken. Er wordt in verhoogd tempo verder geautomatiseerd, maar dat werpt nog niet haar vruchten af. Er kan niet worden voldaan aan de zeer hoge kwaliteitseisen die de Duitse auto-industrie stelt. Directeur Johan Bernard Ubbink trekt in 1963 de conclusie dat hij niet meer de veerkracht heeft om deze problemen te tackelen. Op zijn voorstel wordt een nieuwe directeur aangetrokken. Hij treedt terug uit de leiding van de gieterij.

Door de effecten van een verminderde afzet en stijgende lonen stagneert het moderniseringsproces en de gieterij raakt in ernstige liquiditeitsproblemen. De Nederlandse Middenstandsbank wil niet verder financieren en leveranciers moeten langer op hun betalingen wachten. Maar als de commissarissen de overheid weten te overtuigen van het belang van het voortbestaan van de gieterij verleent de Nationale Investeringsbank een krediet van 4,5 miljoen gulden. Daarmee is het voortbestaan van Ubbink Gieterij N.V. voorlopig gegarandeerd.

Een naam verdwijnt

Helaas gaat het na deze financiële injectie toch snel bergafwaarts. Door functiewisselingen in de top, het ontbreken van financiën voor het moderniseringsproces, verschillen van inzicht in de directie en het ontbreken van specifieke gieterijkennis op directieniveau wordt het boekjaar 1968 afgesloten met een verlies van 800.000 gulden. De bank komt met een ingrijpend saneringsvoorstel. De directeur van de Papierfabriek Doetinchem is bereid de gieterij over te nemen, mits de Nationale Investeringsbank 5 miljoen van haar vorderingen schrapt. Na overleg blijkt het ministerie van Economische Zaken bereid om in het kader van dit overnamevoorstel het verleende krediet van 4,5 miljoen gulden af te schrijven. Om een faillissement te voorkomen wordt het voorstel in 1969 – met tegenzin – aanvaard. Door de familie wordt bedongen dat de naam Ubbink uit de bedrijfsnaam wordt geschrapt. Zo verdwijnt de naam na 79 jaar geruisloos uit de gieterijwereld.

> Zie ook: Ubbink Plastics N.V

Gieterij Doesburg N.V. 1969 – 2021

De Ubbink Gieterij Doesburg wordt in 1969 afgestoten en gaat verder als Gieterij Doesburg N.V. Vanaf de oprichting in 1896 is er in 125 jaar veel veranderd. Het bedrijf heeft zich doorontwikkeld en heeft in de gieterijsector een toonaangevende positie. In 1969 is het de eerste ijzergieterij in Nederland met een DISAmatic vormlijn, een vormmachines voor de productie van een breed scala aan gietstukken. De gieterij levert hoogwaardige gietijzeren componenten voor trucks, motoren, auto’s en de landbouwsector. Door de hoge mate van flexibiliteit van zowel de organisatie als het productieproces kunnen producten in kleine en grote series worden geleverd. De onderneming heeft een eigen ontwikkelafdeling, een modelmakerij, een kernmakerij, een vormerij en een smelterij. Met ultramoderne teken- en gietsimulatiesoftware worden nieuwe producten ontwikkeld en geoptimaliseerd.

Gieterij Doesburg maakt deel uit van de Gietburg Group, een groep met 500 werknemers. Het bedrijf vervaardigt en ontwikkelt hoogwaardige gietijzeren producten. Door de geïntegreerde samenwerking van de verschillende onderdelen ontstaat een unieke combinatie van kennis met de hoofdvestiging in Doesburg.

Een kijkje achter de schermen bij Gieterij Doesburg

De verbouwing in 2021

Gietijzeren plaquette n.a.v. de herdenking van 700 jaar stad Doesburg. Dit Art Deco ontwerp uit 1937 is gemaakt bij Machinefabriek Ubbink en Co te Doesburg en heeft de afbeelding van het stadswapen en kasteel

Op 4 december 2020 heeft de Provincie Gelderland een omgevingsvergunning verleend voor de vervanging van het smelthuis. Naar verwachting wordt dat project nog in 2021 gerealiseerd. Tijdens een Open Dag wordt dan ook aandacht besteed aan het 125-jarig bestaan van Gieterij Doesburg.

> Terug

Colofon
Met dank aan: Dick de Kluiver, Martin Beijer, Piet Vree, Petra Senhorst, Joep Haverkamp, Carin Hendriksen, Peter Laros
Video-registraties: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties, Marijke Peelen-Sterk
Voice-over:  Alexandra Daniëls
Research en tekst: Henk IJbema
Tekstbijdragen: Allard en Marita Jaarsma-Ubbink

Bronnen:
Ubbink, een ijzersterke basis 1896-1996
Oude ambachten en Bedrijven achter Rijn en IJssel – Jan van Petersen
W. Zondervan en het ‘Rode Boekje‘ 
Archief Henk IJbema
Oude ansichtkaarten Doesburg
De 18e/19e eeuwse hoogovenvervuilinglaag in de Oude IJsselafzettingen bij Drempt – F.R.P.M. Miedema
Redengevende omschrijving gemeentelijke monumentenlijst Barend Ubbinkweg 2 – gemeente Doesburg
Rob Verhoeff, Vestingstad Doesburg
Installatie.nl
Wikipedia
Catawiki

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen


Doesburg, mei/juni 2021

Meer weten?

Wat is ijzeroer?

De Oude IJssel was vroeger een grensrivier die de Liemers en de Graafschap scheidde. Het gebied is groot geworden door de oerbanken die al vóór 1700 werden ‘ontdekt’. Boeren schraapten die ijzerhoudende grond, afgezet tijdens rivier overstromingen, van het land en brachten die naar de stenen ovens. Daar werd het ijzer in het houtskoolvuur uit de aarde gereduceerd.

IJzeroer. Opgegraven op een diepte van 1,5 m. Grotere klonten zijn mogelijk. Samengestelde klonten vormen tezamen een decimetersdikke oerbank.

IJzeroer bestaat uit grotere, verharde ijzeroxide-ijzerhydroxide-concreties, die dicht onder het maaiveld werden gedolven. Andere (veel) minder gebruikte namen zijn ijzeroersteen, ijzermaal, ijzersteen, bruinijzersteen, bruinijzererts, moeraserts, moerasijzererts, moddererts, poelerts, velderts, weideerts, zodenijzersteen en klappersteen.

Oerbank ontstaat door ijzertransport door grondwater tussen dekzandkorrels.
Historische plek

De Doesburgse gieterij ligt op de vrijgekomen grond van een voormalig hoornwerk ten zuiden van de stad. Dit hoornwerk had tot doel om de toegangsweg vanuit Angerlo (Ooipoortdijk, later Angerloseweg, nu Barend Ubbinkweg) te verdedigen. Dit hoornwerk maakte samen met de Hoge en Lage Linies deel uit van de vestingwerken die vanaf 1701 naar ontwerp van Menno van Coehoorn zijn aangelegd en was strategisch gelegen tussen de oude monding van de Oude IJssel en het Broekhuizerwater. Na WOII is de monding van de Oude IJssel verlegd en is het Broekhuizerwater voor dat doel verbreed en gekanaliseerd. Na de afwaardering van Doesburg tot vesting 2e klasse in 1854 verrezen geleidelijk huizen en bedrijfspanden op de wallen. Deze ontwikkeling werd versneld na de algehele opheffing van de vesting Doesburg in 1923.

De Gieterij in de oorlog

Vrijdagochtend 10 mei 1940. Om 4.00 uur in de ochtend verschijnen de eerste Duitse vliegtuigen boven Doesburg. Nederlandse Pontonniers blazen het uitneembare deel van de schipbrug op en brengen het tot zinken. Om 8.00 uur is Doesburg door de Duitsers bezet. De dagen daarop ligt het werk bij Ubbink stil, maar na de capitulatie op 15 mei keert de dagelijkse routine weer terug en wordt de productie weer opgepakt.

> Lees verder

Ubbink Plastics N.V.

Als de handel in gietijzeren dakramen, staalzand en keilbouten zienderogen afneemt, besluit de directie van de gieterij in juni 1964 om met de productie te stoppen. In de eerste helft van de jaren zestig maakt plastic een expansieve groei door en er wordt een strategie uitgezet waarin de ‘Ubbinks’ zich gaan bezighouden met producten van kunststof.

Deze advertentie, uit vakblad Installatie in 1971, roept installateurs op om kennis op te doen van de combi-pijp, de dakdoorvoer die ook de lucht die de cv-ketel nodig heeft om te branden, ook vanuit buiten te halen. Voorheen was het gebruikelijk dat de ketel zijn benodigde zuurstof nog uit de omgevingsruimte haalde.

In het economische klimaat van dat moment pakt de maatregel goed uit voor het bedrijf. In het kabinetsbeleid legt de Nederlandse regering de nadruk op efficiënt bouwen in de sociale sector. De ‘kunststof-dochter’ van Ubbink groeit dan ook voorspoedig. De werkmaatschappij wordt omgezet in Ubbink Plastics N.V. en aan de Verhuellweg in Doesburg wordt een nieuwe fabriek gebouwd. In 1967 gaat het bedrijf zelfstandig verder.

De directie van Ubbink, Carin Hendriksen en Peter Laros, over het bedrijf.

Directeur Joep Haverkamp over Gieterij Doesburg.