Schilderij van C. van Velzen uit de NIeuwstraat 9. Situatie in 1944: achter de watertoren de gasfabriek met de gashouder.
Schilderij van C. van Velzen. Situatie in 1944: achter de watertoren de gasfabriek met de gashouder.

Familiekroniek van de eerste gasfabrikant van Doesburg

De brief aan de koning

Als je in Doesburg op straat aan iemand zou vragen naar de naam Van Barneveld is de kans groot dat het antwoord gaat over Raymond de darter, of Marko van de Gasthuiskerk. De Doesburgse Van Barnevelds – geen familie – lijken wel uit het collectieve geheugen verdwenen. Toch was deze familie nauw betrokken was bij wat je tegenwoordig de eerste energietransitie van Doesburg zou noemen.

We gaan terug naar andere tijden. Het jaar is 1857.

De hoofdpersoon van dit verhaal is Claas van Barneveld. Hij woont al zo’n dertig jaar in Doesburg als hij in juli 1857 een brief schrijft aan koning Willem III. Claas is dan bijna vijftig. Met zijn vrouw Jacoba Haarsma, de dochter van een Leidse arts, heeft hij zes kinderen; vier zoons en twee dochters. Willem, de oudste, is 18. Het jongste kind, Jacoba, is 3. De kinderen zijn alle zes in Doesburg geboren. Het gezin woont in de Gasthuisstraat.

Maar die brief aan de koning, waar gaat die eigenlijk over? Een citaat geeft ons het antwoord: ‘Dat hij intusgchen alsnog uwer Majesteits bewilliging behoeft tot de daarstelling van een gazfabriek en uit dien hoofde de vrijheid neemt zich eerbiedig tot uwe Majesteit te wenden en het te verzoeken.’

Claas vraagt dus toestemming om een gasfabriek te starten.

Doesburg Vertelt schetst in deze eerste aflevering van 2021 de handel en wandel van deze ondernemende Doesburgse familie. De Van Barnevelds wonen in onze stad rond het midden van de negentiende eeuw, maar in 2021 zijn er nog altijd sporen van hen terug te vinden.

Van Neede naar de Koepoortstraat

Claas van Barneveld werd in 1808 geboren in Zwolle. In 1826 komt hij vanuit Neede met zijn ouders, Willem en Margaretha van Barneveld-Veldhuis, en zijn oudere broer Jacobus naar Doesburg. Zijn zus Dieuwertje, die al heel vroeg weduwe is geworden, woont met haar 4-jarig dochtertje Wilhelmina in bij haar ouders, in het huis aan het begin van de Koepoortstraat.

Contre Escarpe

Vader Willem lijkt zijn zinnen te hebben gezet op het gebied rond de Schipbrug, aan de Doesburgse kant van de IJssel. In 1826, als hij 56 is, opent hij aan wat nu de Flugi van Aspermontlaan is een likeurstokerij. Het lijkt een ‘onbeduidend zaakje’ want drie jaar later is Willem slijter, kunstbleker, kramer, fabrikant van zwavelzure soda, eau de cologne, chemicaliën, wijnkoper en vernisbereider.

Klaarblijkelijk vergaat het zijn zoon Jacobus, de oudere broer van Claas, beter. Jacobus is eind twintig wanneer hij in 1833 aan de Paardenmarkt, nu de huisnummers 16,18 en 20, een schuur koopt, waar hij een jeneverstokerij begint. De zaken gaan goed. Na een jaar of vijf neemt Jacobus aan de Contre Escarpe een compleet nieuwgebouwde ‘branderij’ in gebruik. In datzelfde jaar trouwt ‘fabrikant en koopman’ Claas in Leiden met Jacoba Haarsma.

Claas’ broer Jacobus

Broer Jacobus trouwt in juli 1842 in Doesburg met jonkvrouwe Isabelle de Bellefroid. Hij is dan 36 en zij 35 jaar oud. Isabelle is de op een na jongste van de negen kinderen van de voormalige burgemeester van Wehl. Haar ouders zijn overleden en Isabelle is katholiek, terwijl Jacobus hervormd is. Misschien verklaart dat de afwezigheid van de Bellefroids onder de getuigen.

Bij die getuigen zijn wel, behalve broer Claas en neef A. van Barneveld, een 56-jarige steenfabrikant, de schoonvader van Claas, de vader van Jacoba en diens collega, de stadsgeneesheer van Doesburg dr. E. Pijnacker Hordijk. Ruim een jaar later, in september 1843, wordt hun eerste en enige zoon geboren: Alexander. Oom Claas en Pijnacker Hordijk zijn getuigen bij de aangifte. Jacobus en Isabelle wonen bij zijn ouders in het huis in de Koepoortstraat.

Familiegraf in Doesburg

Na vier zoons, Willem, Gijsbert, Herman en Aarnout, wordt in 1849 dochter Maria Margaretha geboren, vernoemd naar de moeder van Claas. Die overlijdt het jaar daarop, 73 jaar oud, en is de eerste die wordt begraven in het familiegraf op de Doesburgse Algemene Begraafplaats. Haar man Willem volgt drie jaar later. Hij is 83 geworden en wordt eveneens bijgezet in het familiegraf.

Het overlijden van zijn vader is voor Jacobus reden de branderij op de Contre Escarpe stil te leggen, en samen met zijn broer Claas het bedrijf van zijn vader voort te zetten. Claas heeft klaarblijkelijk de smaak te pakken – hij denkt misschien aan zijn vier zoons – en neemt een jaar later ook de oude fabriek van zijn broer over. Hij richt zich op de productie van likeur, reukwater en vernis. En het is naar het schijnt nog niet genoeg voor hem.

165 jaar geleden: de start van de voorbereidingen voor een gasfabriek

Het idee om uit kolen gas te winnen waait rond 1825 vanuit Engeland over naar Nederland. De uitvinding van de stoommachine maakt dit ook technisch mogelijk. Waar en hoe Claas op het idee komt een gasfabriek te starten, is onduidelijk. Over zijn opleiding is niets bekend. Dat geldt ook voor zijn zonen, waarvan we wel weten dat er twee een tijd in Friesland, de stad Groningen en Harderwijk verblijven. Was dat voor studie of voor contacten met klanten – gezien de aanzienlijke zendingen met producten van de likeurstokerij naar beide provincies?

Het leidt geen twijfel dat Claas met zijn plan de stad Doesburg opstuwt in de vaart der volkeren. Het gemeentebestuur is er maar wat blij mee. Dat blijkt uit een zinsnede in een jaarverslag:

beide deze inrichtingen mogen strekken tot bewijs dat deze gemeente niet ten achteren blijft bij andere steden, in datgeene, wat de vooruitgang des tijds medebrengt’.

Documenten in het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg laten zien dat de eerste stappen naar de gemeente in het najaar van 1856 worden gezet – in 2021 dus 165 jaar geleden. Een half jaar later volgt een gunningsverzoek voor de levering van gas voor de straatverlichting. In juni 1857 volgt de brief aan de Koning. In diezelfde maand gaat ook het licht bij de gemeente op groen. De omwonenden van de toekomstige fabriek op de Contre Escarpe hebben namelijk ingestemd met de plannen.

Officieel van start

In december kondigt Claas aan dat in januari gas kan worden geleverd voor de verlichting van straten en pleinen. Op 1 januari 1858 is het zover. De ‘Gaz-fabriek te Doesborgh‘ van ‘C. van Barneveld & Zonen’ gaat officieel van start.

Sluiting van de fabriek van vader

Beide broers besluiten in hetzelfde jaar dat de bouw van de gasfabriek in volle gang is, de likeurstokerij die hun vader in 1826 oprichtte te sluiten. Jacobus richt zich nu op andere zaken. In 1863 is hij actief in het Hoornmuziekgezelschap ‘Harmonie’ én voorzitter van het bestuur van het onlangs opgerichte ziekenfonds. Misschien is hij in die periode ook druk met de bouw van een nieuw huis aan de Koepoortdijk. In 1876 komen we hem tegen als secretaris Doesburg van de Gelderse maatschappij van Landbouw.

Het jaar daarop overlijdt zijn vrouw Isabelle. Zij is de laatste die wordt bijgezet in het familiegraf van de Bellefroids in Zutphen. Twee jaar later, in 1879, overlijdt Jacobus zelf. Vandaag vinden we zijn naam terug op het familiegraf op de Doesburgse Algemene Begraafplaats.

De kinderen vliegen uit

Willem, de oudste zoon van Claas, heeft weinig sporen nagelaten. Hij woont zijn hele leven in Doesburg. Willem blijft ongehuwd en is een aantal jaren actief als havenmeester. Hij overlijdt in 1902, 63 jaar oud. Gasthuisvader Willem Rutgers doet aangifte. Willem is begraven op de Algemene Begraafplaats.

Zoon nr 2 is nauw betrokken bij de gazfabriek. Deze Gijsbert trouwt in 1868 met Maria Sauberg uit Kleef. Kort na het huwelijk wordt het eerste kind Jacques geboren.

Jacoba, de vrouw van Claas, heeft geen sterke gezondheid. Tijdens een verblijf in een Duits kuuroord, het huidige Bad Harzburg, overlijdt zij, 52 jaar oud. Ook haar naam vinden we terug op het familiegraf.

Gijsbert en Maria krijgen het jaar daarop nog een dochter en in 1871 wordt Claas’ eerste kleinzoon Henri geboren.

Claas’ jongste zoon, ‘fabrikant’ Aarnaut, trouwt in 1872 in Doetinchem met Louise de Lacy. Haar vader Charles is afkomstig uit Demerary in Brits-West-Indië, nu Guyana. Hun eerste kind wordt geboren in Doesburg maar overlijdt vijf maanden oud in Doetinchem. De tweede zoon, Charles Edij, wordt in 1874 geboren in Doetinchem.

Verkoop van de gazfabriek

In juni van het jaar 1876, hij is dan 68, verkoopt Claas de gazfabriek met huis, erf en tuin aan Henricus Paijens voor 22.000 gulden. Misschien voorvoelde hij iets want het noodlot slaat opnieuw toe. Terwijl de vrouw van Gijsbert op punt staat te bevallen van hun vierde kind, overlijdt Gijsbert in augustus in Kleve. Baby Gijsberta wordt twee maanden later geboren maar overlijdt in december, slechts tien weken oud. Beide namen vinden we terug op het familiegraf. In diezelfde maand trouwt zoon Nicolaas Herman in Samarang op Java met Johanna Moerman. Claas blijft achter met zoons Willem en Aarnaut en zijn dochters Maria en Jacoba. Claas lijkt na de verkoop van de gazfabriek zijn draai maar moeilijk te kunnen vinden.

We vinden sporen van hem in Aalten, waar Aarnaut woont, Winterswijk, Kampen, in de Doesburgse Bergstraat en in (den) Helder. Hij overlijdt in 1882 in een Amsterdams ziekenhuis. Aarnaut emigreert met zijn gezin naar Canada maar overlijdt in 1911 in de buurt van Londen.

Claas’ oudste dochter Maria blijft net als haar oudste broer ongehuwd. Jacoba, de jongste dochter, trouwt in Doesburg in 1878 ‘met de handschoen’ met Jacobus de Bruijn, kandidaat-notaris, eveneens in Samarang in Nederlands Indië. Beide zussen wonen in Den Haag. In 1904 woont het echtpaar De Bruijn met (schoon)zus Maria in Brummen. In 1905 vertrekken ze alle drie naar Nederlands Indië. De gasfabriek levert op dat moment gas voor de straatverlichting en aan verschillende particulieren.

Gemeentelijk gasbedrijf en Gamog

In 1909 neemt de gemeente Doesburg de verouderde gasfabriek over. In de jaren daarna groeit het gasverbruik en in 1925 wordt een tweede, de ‘grote gashouder’ gebouwd. Die komt op de plek waar nu de jeu de boules baan ligt.

De fabriek en de nabijgelegen watertoren liggen in de Tweede Wereldoorlog regelmatig onder vuur. Het dichten van de meer dan honderd gaten duurt na de oorlog ruim een jaar. In die periode komt er nog geen steenkool uit Limburg. De Duitsers leveren ons jarenlang gas.

In 1955 komt er een eind aan het gemeentelijk gasbedrijf. De gemeente sluit een overeenkomst met het Zutphens gasbedrijf Gamog. Begin jaren zestig betekent de komst van het aardgas het einde van de lokale gasproductie.

Dank aan Ferdinand Pluijmackers

Als je vader kort na de Tweede Wereldoorlog de opdracht krijgt de schade aan de gemeentelijke gasfabriek op de Contre Escarpe te herstellen dan moet je als 18-jarige aan de bak. Het is hard werken, maar af en toe is er ook een heerlijk diner in het chique restaurant De Waag. De schoonheid van de rivier, de plek en het stadje blijven je bij.

Wanneer je meer dan een halve eeuw later hoort van de plannen voor de bouw van de IJsselkade weet je de weg naar de projectontwikkelaar te vinden. Nadat je een paar jaar op de IJsselkade woont, krijgt de ontstaansgeschiedenis van de gasfabriek je in zijn greep. Bezoeken aan het Streekarchivariaat helpen je op weg en kort voor je overlijden in 2018 draag je jouw onderzoekdossier over aan de mensen van HetHuisDoesburg. Jij gaf de aftrap voor dit verhaal.

Ferdinand, namens de stad, dankjewel!

Colofon
Met dank aan: Ferdinand Pluijmackers, Chris Mulder, Ben Polman, Tineke Beishuizen en Jan Ravensteijn, Arend Jan Reijers van de Oudheidkundige Vereniging Zutphen
Video-registraties: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties
Research en tekst: Liesbeth Bok, José Meuwese, Marijke Peelen-Sterk
Videowerk: LiViPro Mediaproducties
Beeld: Apart Fotografie, Collectie Toon Geerling, Streekarchivariaat De Liemers en Doesburgh, Ayla Fermin

Bronnen: De Lange Schoolweg van J.W. van Petersen, Walburg Pers 1984, ‘Leven in twee eeuwen’ van Ben Polman (2015) , het jubileumboek ‘200 jaar ’t Nut in Doesburg’ (2009), ‘Doesburg in oude Ansichten ‘van W. Zondervan, Monumentengids Doesburg, ‘Met Vlag en Wimpel’ van Jan van Petersen, (1985), Omroep Gelderland, Gelders Archief, Archief Amsterdam, Haags Gemeentearchief, Het Utrechts Archief, Delpher.nl, AlleFriezen, Regionaal Archief Zutphen, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Wikipedia, www.mijngelderland.nl

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen


Doesburg, februari 2021

Meer weten?

Broer Jacobus en de oprichting van het Ziekenfonds

Vanaf 1863 pleit dokter Henricus Theodorus Hoogeveen – zijn portret hangt in de Burgerzaal van het Stadhuis – binnen het Departement Doesborgh der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen voor de oprichting van een ziekenfonds. Dat fonds komt er in de zomer van 1863. Jacobus, de broer van Claas is de voorzitter van de commissie van vijf die het fonds gaat besturen.

Het woord ziekenfonds is al bijna uit ons taalgebruik verdwenen. Ziekenfondsen werden opgezet om minder draagkrachtigen toegang te bieden tot de gezondheidszorg. Zij konden een beroep doen op een dokter en op medicijnen. Bij ziekte konden ze in aanmerking komen voor een ‘geldelijke tegemoetkoming.’ Het overgrote deel van de huidige zorgverzekeraars is ooit begonnen als ziekenfonds.

Webinar

Bekijk hier het webinar over alle portretten in de Doesburgse portrettengalerij.

De zonen van Claas zijn betrokken bij de oprichting van de ambachtsschool

Rond 1861 ontstaat bij het Departement Doesborgh der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen het idee een ambachts- of industrieschool op te richten. Jongeren vanaf negen jaar kunnen daar onderwijs krijgen in bouwkundig-, rechtlijnig- en handtekenen, in reken- stel-, meet-, natuur- en scheikunde en in Nederlands.

Er wordt onderhandeld met de gemeente, maar die wil geen financiële steun geven. Wel worden er bijdragen toegezegd door kapitaalkrachtige particulieren. Het initiatief van het Nut wordt in 1867 overgenomen door het Departement van de Maatschappij ter bevordering van de Nijverheid. Op 4 oktober 1869 wordt een bestuur van de ambachtsschool in oprichting benoemd. In dat bestuur zitten ook twee zonen van Claas: ‘gasfabrikant’ Gijsbert en zijn broer Nicolaas Herman van Barneveld. Een kleine maand later wordt gestart in de door de gemeente ter beschikking gestelde school A in de Bergstraat.

Het is het begin van een lange periode van technisch onderwijs in Doesburg.

Katholiek versus protestant in 1872

Gijsbert van Barneveld is lid van de commissie voor de viering van ‘Neerlands Vrijheidsfeest’ op 2 april 1872. Dit feest herdenkt dat driehonderd jaar daarvoor Den Briel op de Spanjaarden is veroverd … Op 1 april verloor Alva zijn bril.

In Doesburg en andere plaatsen in Oost-Gelderland komt het echter tot ernstige ongeregeldheden. Na afloop provoceert opgeschoten jeugd katholieke inwoners die niet of nauwelijks aan de festiviteiten hebben deelgenomen. Protestanten en Katholieken komen letterlijk tegenover elkaar te staan in onder andere de Bergstraat en de Kerkstraat. Het lukt om de gemoederen tot bedaren te brengen maar de volgende dag is het opnieuw raak. Het is de ‘militaire macht’ die kort na middernacht de straten zonder pardon schoonveegt.

De Bellefroids en Wehl

Claas’ schoonzus Isabelle de Bellefroid is geboren in Wehl. Zij is vermoedelijk een van de erven die is betrokken bij een schenking die op 22 maart 1872 wordt aanvaard door de gemeenteraad van Wehl. Het betreft een schenking namens de erven van Isabelle’s oudere broer, jonkheer Jean Baptiste Robertus de Bellefroid, een gepensioneerd luitenant-kolonel der genie en de zoon van de Wehlse oud-burgemeester Philippe Jacques de Bellefroid. Deze overlijdt op 1 januari van dat jaar in Wiesbaden. Hij woonde in Zutphen waar hij ook is begraven.

Het legaat bestaat uit een huis met bouwland in Wehl en een kapitaal van 8000 gulden. De bijbehorende verplichting is dat er in het huis een bewaarschool komt voor kinderen en een woning voor de ‘schoolhouderesse.’ Het pand verkeert echter in zo’n slechte staat dat het moet worden gesloopt. In 1873 verrijst op dezelfde plek nieuwbouw. Alle kinderen tussen twee en zes jaar die de christelijke godsdienst belijden, en ‘mits rein zijnde en kunnende loopen’ mogen er gratis naar toe. De school is tot de jaren dertig van de vorige eeuw in gebruik. Het gebouw op de hoek van de De Bellefroidweg en de Doesburgse weg bestaat niet meer. Het is in april 1978 afgebrand.

Isabelle en de Zutphense Bellefroids

De afwezigheid in het Doesburgse familiegraf van Isabelle H.L. de Bellefroid, de vrouw van Claas’ broer Jacobus, roept de vraag op naar het ’waarom en … waar dan wel begraven?’. Een eerste verklaring komt na raadpleging van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg. We vinden Isabelle terug in de archieven van de katholieke kerk. Misschien wilde ze als katholiek niet worden begraven in het familiegraf op de Algemene Begraafplaats. Het gevonden document is een erfstelling, een akte waarin onder andere de namen van haar erfgenamen te vinden zijn. Isabelle ligt met drie broers en haar twee zussen in het familiegraf in Zutphen.

Omroep Gelderland maakte over dit bijzondere graf dit filmpje. (klik/tap voor groot)

Van Barneveld van Mathena

Een publicatie van W. Zondervan in ‘Doesburg in oude ansichten’ brengt de naam ‘Van Barneveld van Mathena’ op het netvlies van de researchers van HetHuisDoesburg. De betreffende tekst gaat over de huizen aan de Koepoortdijk, nu de Flugi van Aspermontlaan:

 …’De herenhuizen op de foto zijn tussen 1860 en 1870 verrezen, toen men zich langzamerhand buiten de oude stadswallen waagde om te wonen. Ze herbergden steeds leden der maatschappelijke bovenlaag… In 1814 kocht jonkheer Nahuys het rechtse huis van de heer Van Barneveld van Mathena en bleef er meer dan 25 jaar wonen.’

De link met de plek en met ‘onze’ Van Barnevelds is duidelijk: aan de Koepoortdijk staan verschillende (bedrijfs)gebouwen van de familie. Tot 1857 is dat onder andere de fabriek die de vader van Claas en Jacobus in 1826 is gestart. Dit klopt ook met de in meerdere bronnen gevonden bouwperiode van de herenhuizen. Maar waar komt die toevoeging ‘Van Mathena’ vandaan? De website ‘Mijngelderland.nl’ biedt uitkomst. Mathena is de naam van een landgoed, een leen van Huis Bergh. De familie Van Goltstein van Hoekenburg heeft het van 1789 tot 1836 in bezit. Deze familie laat het huis Mathena grondig verbouwen en voorzien van een classicistisch aanzien. Een eeuw later komt het huis in het bezit van een oudere broer van Isabelle: Joannes.B.B. de Bellefroid. Zij erft het huis een jaar voor haar dood.

Met Isabelle sterft de laatste De Bellefroid. Mogelijkerwijs is dat voor hun zoon Alexander reden aan de naam Van Barneveld ‘van Mathena’ toe te voegen. Hij moderniseert het huis rond 1880. Het is tot in de vorige eeuw in het bezit van de familie. Doesburgers kennen Mathena – in Zevenaar – ook omdat het van 1981 tot 2010 in gebruik was als Liemers Museum.

Woensdag 17 maart precies 110 jaar geleden

De kleinzoon van Claas, Charles Edij van Barneveld, vertrekt op 17 maart 1911, na het overlijden van zijn vader Aarnaut, vanuit Liverpool naar New York. Hij maakt de overtocht op de ‘Lusitania’. Bij liefhebbers van de geschiedenis van WO I rinkelt bij die naam zeker een belletje. De Lusitania is een Brits schip van de Cunard Line, dat in 1907 van stapel loopt. Het is een van de grootste en snelste schepen ter wereld. Twee jaar later wordt het schip min of meer gevorderd door de Britse marine. Het wordt ingezet bij het vervoer van militaire goederen van de neutrale VS naar Engeland.

In mei 1915 wordt het tijdens een reis van New York naar Liverpool op de Atlantische Oceaan door een Duitse duikboot getorpedeerd. Omdat de Lusitania binnen 18 minuten zinkt, kan maar een beperkt aantal sloepen tijdig te water worden gelaten. Dat wordt de meeste passagiers en bemanningsleden fataal. Zeker ruim de helft van de 1.962 opvarenden komt om het leven. Het incident leidt een periode in van een verslechterende relatie tussen de VS en Duitsland.

Ben Polman rook ‘een heel aparte lucht’

Stadgenoot Ben Polman is geboren en getogen, en woont nog altijd, op de Contre Escarpe. Polman is van 1935 en herinnert zich de gasfabriek nog goed: ‘Aan de noordzijde van de Contre Escarpe stonden de watertoren en de gasfabriek met twee grote gashouders. Doesburg was dus aardig zelfvoorzienend wat energie en water betreft.’

… ‘De straatverlichting bestond toen nog uit gaslampen. Ik herinner me nog goed hoe Van Beek uit de Herenstraat ze ’s avonds met een lange stok met lont aan kwam steken.’