De ereboog in de Meipoortstraat

1872: ‘Geuzen’ tegenover ‘Papen’

We gaan honderdvijftig jaar terug in de tijd. Heel Nederland vier feest, ook Doesburg. De feestelijke gelegenheid is de val, 300 jaar eerder, van Den Briel. Op 1 april 1572 verloor Alva immers ‘zijn bril’ (Den Briel). Die gebeurtenis markeert de ‘geboorte van Nederland’. Op 2 april 1872 viert ‘Doesborgh’ dus de bevrijding van het Spaanse juk. Niet als een ‘Den Brielfeest’ maar onder de naam ‘Neerlands Vrijheidsfeest’, een Nationaal feest avant la lettre.

In de Meipoortstraat staat bij de Zandbergstraat een prachtig versierde ereboog met het opschrift ‘Door God en Oranje ontworsteld aan Spanje’. Het is een duidelijke uiting van de lotsverbondenheid van het volk met het Huis van Oranje. Een Oranjecomité is er in 1872 trouwens nog niet, ‘Doesburg en Oranje’ is pas in 1910 opgericht. Wel is er een ‘Commissie voor de feestviering.’ Deze bestaat uit vier notabelen: wethouder J. van Schattenkerk, het raadslid G.E. van Barneveld, H.J. Ketjen en D. van Londen. Zij hebben een programma opgesteld met veel vlagvertoon, carillonspel, klokgelui, en feestgejoel. Door de versierde straten van de stad trekt een ‘Allegorische Optocht.’

In de optocht zien de Doesburgers onder andere een ‘Eregeleide te paard’ en verbeeldingen van verschillende gildes: bakkers, slagers, bierbrouwers, ververs, timmerlieden, smeden, steenhouwers, en scheepsbouwers. Er lopen scholieren mee, en uiteraard is ook het garnizoen vertegenwoordigd. In de avond zijn de huizen feestelijk verlicht. Langs de schipbrug hangen kleurige guirlandes.

Een blije dag?

Het lijkt een blije dag voor Doesburg, maar schijn bedriegt. Aan het eind van de feestelijkheden blijkt dat een groot deel van de katholieke bevolking niet meefeest. Zij zijn thuis gebleven, als een soort ‘stil protest’. Een deel van de feestgangers vat dit op als een belediging; een openlijk gebrek aan vaderlandsliefde. Groepen rellende jongeren trekken op naar de huizen van de katholieken en zingen strijdlustige en provocerende Geuzenliederen. Voor hen zijn de Geuzen de ware vaderlandse helden, de bevrijders van ons land, die niet vergeten mogen worden. Uit de katholieke monden klinken echter ’Piusliederen’ en ‘Wien Christenbloed in d’aadren vloeit’. De onenigheid loopt uit op gevechten. De zo verlangde eenheid blijkt brozer dan verwacht.

‘Oranje onder’

Krantenberichten uit die maanden laten zien dat in Oost-Gelderland, en in andere delen van het land, lang niet iedereen in feeststemming is. De Nieuwe Rotterdamsche Courant publiceert tussen 7 en 14 april een aantal artikelen onder de titel ‘Ernstig Gevaar’. Er wordt melding gemaakt van confrontaties tussen katholieken en protestanten. Er is met stenen gegooid en ramen van katholieke en protestantse kerken zijn gesneuveld. In Groenlo is het geen ‘Oranje Boven’ maar ‘Oranje Onder’. Daar klinken Piusliederen ter ere van de Paus. In Bergh veroorzaken Duitsers uit het katholieke Emmerich ernstige ongeregeldheden.

Ook Doesburg blijft na 2 april niet vrij van woelingen. Voormalig archivaris Jan van Petersen van het Doesburgse stadsarchief schrijft erover in zijn publicatie ‘Met Vlag en Wimpel’ uit 1985, een herinneringsalbum gewijd aan driekwart eeuw ‘Doesburg en Oranje’. De onlusten houden namelijk aan, zoals blijkt uit een artikel over Doesburg in de Arnhemsche Courant van 23 april:

‘De eensgezindheid die het feest kenmerkte, is, helaas(!) van korte duur geweest. De onwaardige houding van enige anti-nationalen schijnt aanleiding gegeven te hebben tot contra-demonstratien, en terwijl aan de eene zijde de aprilliederen werden gezongen, hief men van de andere zijde het Piuslied aan……’ ’Vrijdag- en zaterdagavond liep het volk weer te hoop en zat er niets anders op dan de militaire macht in te schakelen om de rust te herstellen’.

Terug naar 1572

Om het heden te begrijpen moeten we het verleden kennen; om te begrijpen waar de onenigheid in 1872 vandaan kwam moeten we kijken naar wat 300 jaar daarvoor gebeurde. De gebeurtenissen in 1872 waren meer dan een incident. Daarom gaan we terug naar april 1572, de val van Den Briel. Het begin van onze Vrije Staat, de ’Geboorte van Nederland’. Maar het is een lange en pijnlijke bevalling.

Van de godsdienstvrijheid en de tolerantie die Willem van Oranje predikt komt nog niet veel terecht. Eeuwenlang zijn ketters en andersdenkenden door de Inquisitie, uit naam van Rome, bloedig onderdrukt. Religieuze stellingnames zijn verhard. Nu het tij keert, richt de volkswoede van de ‘bevrijders’ zich op Roomse geestelijken en Katholieke gelovigen. De ‘Paapsen’ zijn de nieuwe ketters. De Beeldenstorm van 1566 richt zich tegen misstanden en afgoderij. Maar de vraag blijft waarom de herdenking van de val van Den Briel, drie eeuwen later, die oude tegenstellingen zo doet herleven …?

Lees ook > De Zwarte Eeuw: een vergeten tragedie

De martelaren van Gorcum

Voor een eerste antwoord op die vraag moeten we terug naar 26 en 27 juni 1572. Het is krap drie maanden na de val van Den Briel. De Watergeuzen nemen Gorcum in en zetten alle 19 katholieke geestelijken – en nog vier uit andere steden – gevangen. Ze worden gedwongen om hun trouw aan de Paus en hun geloof in de aanwezigheid van Christus in de eucharistieviering af te zweren. Negentien van hen weigeren dat te doen. Vier van hen vallen af tijdens verhoren en martelingen.

Zij worden een paar dagen later op een vrachtschip naar Brielle gebracht. In de nacht van 9 juli worden ze, even buiten Brielle, opgehangen aan de balken van een turfschuur. Hun lichamen worden in stukken gehakt en als relikwieën verkocht. Het is een gruweldaad die ook vandaag nog in het katholiek bewustzijn verbonden is met de bevrijding van Den Briel door de (protestants gezinde) Watergeuzen.

Lees ook > In Frankrijk; de Bartholomeusnacht

De Opstand: ook een godsdienstoorlog!

De Tachtigjarige Oorlog, ‘De Opstand’ tegen Spanje, krijgt al snel het karakter van een godsdienstoorlog. Terwijl Staatse en Spaanse troepen strijden om grondgebied lopen geloofslijnen vaak parallel met de frontlinies. Steden en dorpen zijn reformatorisch of katholiek, al naar gelang door wie ze op dat moment bezet zijn. Oude, monumentale kerken en kloosters worden met hun bezittingen geconfisqueerd. Ze gaan over in protestantse handen maar worden soms tijdelijk ook weer terugveroverd. Veel waardevolle kerkelijke kunst, middeleeuwse doopvonten en prachtig beschilderde drieluiken gaan daarbij verloren. Het katholicisme degradeert van staatsreligie tot gedoogde minderheidsreligie. De ‘Nieuwe Leer’ wordt afgedwongen. Alleen dominees mogen kinderen dopen en huwelijken inzegenen.

Het overgrote deel van de bevolking gaat over tot het nieuwe geloof, maar er zijn ook plaatsen waar een groot deel trouw blijft aan de ‘Moederkerk’. In Doesburg is dat ongeveer 40 procent.

De situatie rond de Martinikerk

De Doesburgse Magistraat, het openbaar bestuur, bestaat tot 1616 uit katholieken, maar krijgt in 1576 de opdracht om een kerk, waarschijnlijk de Gasthuiskerk, af te staan aan de protestanten. Aan die opdracht wordt geen gehoor gegeven maar drie jaar later, in 1579, wordt de eerste predikant van de Nederduits Gereformeerde gemeente aangesteld. Dat gebeurt niet in pais en vree, de man wordt gemolesteerd en zal niet lang aanblijven.

Weer een jaar later moet dan toch op last van de Staten van Gelderland de Martinikerk aan de protestanten worden overgedragen. Die kerk wordt in 1585 door middel van een list weer even katholiek, maar komt in 1586 definitief in protestantse handen. Beelden, altaren, biechtstoelen en koorbanken worden de kerk uitgedragen. Middeleeuwse fresco’s verdwijnen onder dikke lagen kalk. De Bijbel neemt in de protestantse dienst een centrale plaats in en komt in de kerk op een centrale plaats te liggen, de kansel. Voor het calvinistisch oog is afleiding niet gewenst. Het interieur moet soberheid en zuiverheid uitstralen. De boodschap moet vooral worden gehoord én gelezen. Bij de katholieken ligt dat anders. De bijbel is niet bedoeld om door eenvoudige gelovigen te worden gelezen. Hier zijn het de geestelijken die de uitleg geven.

Lees ook > Een kruis wordt omgesmolten

In 1648 komt met de Vrede van Münster een einde aan de 80-jarige oorlog, maar de vraag is of het nu ook echt vrede wordt? De religieuze tegenstellingen lijken alleen maar groter te worden. Nederduits Gereformeerd is nu de staatsgodsdienst. Openbare katholieke geloofsuitingen zijn strikt verboden.

Schuil- en schuurkerken en gedoogbeleid

Toch trekken op het platteland priester ‘s nachts rond, verkleed als marskramers. Met een grote koffer op de rug, verlenen ze zielzorg op gevaar van flinke boetes en straffen.

Ook ontstaan er ‘schuilkerken’ (stad) of ‘schuurkerken’ (platteland) waar in het geheim de mis wordt opgedragen. Deze moesten echter voldoen aan strenge eisen en niet als kerk herkenbaar zijn vanaf de openbare weg en het aanzien hebben van een een boeren- of herenschuur.

Doesburg kent halverwege de 17e eeuw nog altijd een vaste kern katholieken. De Baerken’s in de Koepoortstraat zijn een van de bekendste families. Ook in hun huis is een schuilkerk ingericht. Langzamerhand ontstaat echter zoiets als een ‘gedoogbeleid’. Het katholieke geloof wordt oogluikend toegestaan zolang openbare geloofsuitingen maar achterwege blijven. Gezagsdienaren nemen een meer pragmatische houding aan maar er moeten wel ‘recognitiegelden’ worden betaald, die wel eens in de verkeerde zakken verdwijnen….

Lees ook > Van schuurkerk tot schouwburg

De Verlichting; vrijheid, gelijkheid en broederschap

In de loop van de 18e eeuw komen vanuit Frankrijk de ideeën van de Verlichting naar Nederland. Daardoor groeit met name bij de patriotten het verlangen naar democratie en liberalisme. Het idee van een republiek met vrijheid van gedachte en religieuze verdraagzaamheid begint aan te slaan. Daarin moet ook een andere plaats zijn voor het geloof. De kerk is niet langer de spil waar het menselijk bestaan om draait en gelijke rechten betekent ook dat religies moeten worden gelijkgesteld.

Bestorming van de Bastille, de Franse Revolutie

Als er meer heftige confrontaties met prinsgezinden ontstaan, vluchten sommige patriotten naar veiliger oorden: Brussel of Parijs. In 1787 vlucht een zekere Cornelis de Gijselaar met zijn vrouw naar Brussel. Daar wordt in 1789, het jaar van de bestorming van de Bastille, een dochter geboren: Geertruida. Tien jaar later, na de inval van de Fransen in ons land en bij de start van de Bataafse Republiek, keert Geertruida met haar ouders terug uit Brussel. Het is de tijd van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap.’

Geertruida de Gijselaar

Op haar zeventiende woont Geertruida in het ‘Koninkrijk Holland’ dat onder leiding staat van de broer van Napoleon, Lodewijk (Louis) Napoleon. Deze katholieke koning maakt zich bij het Nederlandse volk geliefd. Hij belooft teruggave van de gestolen bezittingen van kerken en kloosters en schenkt geld. Met dat geld wordt in 1812 ook de katholieke Waterstaatskerk in de Kloosterstraat gebouwd. Als de Fransen vertrekken, krijgt Geertruida een Nederlandse Koning: de protestantse Willem I. Die zet het beleid jegens de katholieken voort en dat doet ook zijn opvolger Willem II. In 1845 komt Geertruida in Doesburg te wonen waar het rustig lijkt en waar zij in 1871 haar laatste rustplaats vindt.

Lees ook > Geertruida Cornelia Henriëtte de Gijselaar

Religieuze scheidslijnen

De religieuze scheidslijnen verdwijnen echter niet zomaar. De katholieken zijn niet georganiseerd. Ze voelen zich nog steeds tweederangs burgers en het beloofde geld blijft lang uit. Katholieken hebben bovendien, net zo min als Luthersen, Remonstranten en Joden, nog steeds geen toegang tot het openbaar bestuur.

Snel opeenvolgende ontwikkelingen

Als de zo verlangde vrijheid van godsdienst in 1848 eindelijk wordt vastgelegd in de grondwetsherziening van Thorbecke komen de ontwikkelingen in een stroomversnelling. De dagelijkse praktijk blijkt echter weerbarstig. Nog tot 1872 bestaat het Doesburgse gemeentebestuur uitsluitend uit Nederduits Hervormden.

Lees ook > De Doesburgse Doopkwestie; zieltje gered!

‘Heiligschennende zeeschuimers met een onlesbare bloeddorst …’

In 1853 wordt Nederland weer een katholieke kerkprovincie, met een aartsbisdom en vier bisdommen. Het is een ‘boost’ voor de katholieke identiteit die ook tot uiting komt in de literatuur en de pers. Er ontstaat een groter lezerspotentieel. Katholiek Nederland gaat zich herorganiseren.

Hoe verschillend de Watergeuzen in die tijd worden neergezet zien we bij de katholieke historicus Nuyens en de protestantse schrijver Pieter Vergers. Nuyens typeert hen als ‘heiligschennende zeeschuimers met een onlesbare bloeddorst, rovers, plunderaars kortom uitschot van alle volken’. Pieter Vergers ziet de geuzen heel anders. In een uitgave van het Doesburgse bedrijf Schenk en Brill zijn de Watergeuzen ‘gestuurd door de voorzienigheid Gods’ en een ‘zegen des Heren’. ‘De Geuskens wikten, God beschikte.’ Voor Vergers zijn het ‘grondleggers van heel Europa’s verlossing.’

Wat nog eens bijdraagt tot de versterking van het gevoel van de ‘Katholieke identiteit’ is dat in 1865 het Bisdom Haarlem de ‘Martelwei’ aankoopt, de plek waar de Martelaren in de turfschuur even buiten Den Briel waren opgehangenTwee jaar later volgt de heiligverklaring van de Martelaren van Gorcum door de Paus.‘Zo blijft de naam der Gorcumer martelaren onlosmakelijk verbonden met den Opstand van 1572’ schrijft Nuyens.

1872: ‘Geuzen’ tegenover ‘Papen’

Zo zijn we terug bij de ‘Den Brielfeesten’ van 1872 die het karakter van een Nationaal Feest in het hele land moesten krijgen. Al tijdens de voorbereidingen ontstaan door verschil in visie op de gebeurtenissen op 1 april 1572 tussen protestanten en katholieken, langdurige polemieken. Godsdienstvrijheid tegenover geweld en onderdrukking. Heldendom tegenover Martelaarschap. Oude tegenstellingen duiken op: ‘Geuzen’ tegenover ‘Papen’. De NRC waarschuwt diverse malen voor grote verdeeldheid.

Alexander Ver Huell

Ondertussen wordt overal in het land geld ingezameld voor een herdenkingsmonument en de bouw van een ‘Asyl voor gebrekkige Zeelieden’ in Den Briel. Daarbij laat ook de in Doesburg geboren tekenaar Alexander Ver Huell zich niet onbetuigd. Hij schenkt een substantiële bijdrage van 50.000 gulden plus een groot aantal historische prenten. Bij de eerste zending zit een handgeschreven catalogus met als voorblad een op karton geplakte potloodtekening die zou dienen als schets voor herdenkingsmonument. De titel: ‘Een standbeeld van een in opstand gekomen Geus’. In de rechterhand heeft de Geus een muts, de linkerhand rust op zijn hart. Aan zijn voeten liggen verbroken ketenen. Op de voorzijde staat: ‘Libertatis Primitiae’ en aan de zijkant: Guilelmo, Mauritio en Frederico Henrico – Hulde aan de bevrijders van het Huis van Oranje.

Onderschat Ver Huell hoe gevoelig een monument voor een Watergeus zou liggen?

Uiteindelijk wordt gekozen voor een minder riskant ontwerp. Het toont een Waternimf op een schelp, oprijzend uit zee. In haar rechterhand een vlag met het wapen van Oranje. De linkerhand wijst naar de rivier de Maas, waar vandaan op 1 april 1572 de Watergeuzen kwamen om Den Briel van het Spaanse juk te bevrijden.

Toch komt er in Brielle nog een eerbetoon aan de Watergeuzen. De gereformeerden kopen een monumentaal pand aan en vestigen hierin een weeshuis op calvinistische grondslag. Boven de ingang verschijnt een groot terracotta reliëf in de kleuren rood, wit en blauw met de afbeelding van een Watergeus met bijl, bedelnap èn Turkse Muts (liever Turks dan Paaps). De naam : ‘Geuzengesticht’. Zo is de Geus toch weer terug in de stad die hij op 1 april 1572 innam.

Herdenkingsjaar 2022

Honderdvijftig jaar later zoekt de Gorcumse stichting ‘Eersteling der Vrijheid’ naar verbinding en dialoog. In 2022 wordt geprobeerd om samen oplossingen te zoeken voor problemen als klimaatverandering en emigratie. De stichting ontwikkelt een Martelaren- èn Geuzenroute en werkt aan het plaatsen van een beeld van Willem van Oranje. In Den Briel is op 24 maart van dit jaar officieel het herdenkingsjaar 2022 geopend.

Het thema: Vrijheid, Verdraagzaamheid, Verbondenheid en Verscheidenheid. Na eeuwen verdeeldheid één gedeeld perspectief.

Lees ook > Stichting ‘Eersteling der Vrijheid’

Colofon

Research: Henja Nelson, HetHuisDoesburg
Tekst: Henja Nelson
Tekstbijdragen: Theo Maas
Videoregistratie: Maarten Lindner, LiViPro Mediaproducties

Bronnen: 
Petersen, J.W. van, Met vlag en wimpel, Een herinneringsalbum gewijd aan driekwart eeuw ‘Doesburg en Oranje’ 1910-1985, (Doesburg), 1985; Gelders Archief; Arnhemse Courant, Nieuwe Rotterdamse Courant; Jaarboek Achterhoek & Liemers, 1572, de geboorte van Nederland, editie 45; Raalten, Jan van, De Martinikerk van Doesburg, Het hart van een Hanzestad; Nuyens, Geschiedenis der Nederlandse Beroerten in de XVIe eeuw; Vergers, De Bloedstrijd onzer Vaderen beschreven en afgebeeld voor het Nederlandse Volk; Stichting Eersteling der Vrijheid Gorckum; Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg; TV Gelderland; Doesburg Vertelt; HetHuisDoesburg; Gemeente Brielle; Wikimedia Commons. 

Foto Henja Nelson: Cees Duindam

Eindredactie: Theo Maas
Vormgeving: Han Jansen

Doesburg, januari, maart 2022

Meer weten?

De Zwarte Eeuw: een vergeten tragedie

De verhalen van Oost Gelderland en de Achterhoek, het laatste Spaanse bolwerk, komen in de geschiedenisboeken niet of nauwelijks voor. Na 1572 wordt nog tot bijna 50 jaar later langs de IJssellinie en op het platteland hevig gevochten tussen Staatse en Spaanse troepen. In 1624 en 1628 zijn er ook in de directe omgeving van Doesburg nog gevechten. En … ‘Waar de soldaat gaat, lijdt de boer’.

Soldaten worden ingekwartierd en eisen voedsel, drank en geld … als ze veel gedronken hebben, slaan ze de boel kort en klein. Een compagnie consumeert zo in één nacht vaak de oogst van een heel jaar. Dorpen en boerderijen worden geplunderd en leeggeroofd, vrouwen worden verkracht, vee wordt geroofd en oogsten vernield. In de strategie van toen passen ook overstromingen en de tactiek van de ‘verschroeide aarde’.

Voor het Westen mag het een ‘Gouden Eeuw’ zijn, in het Oosten is het een ‘Zwarte Eeuw’.

In Frankrijk; de Bartholomeusnacht

In Parijs vindt een paar maanden later, in de nacht van 23 op 24 augustus, de Bartholomeusnacht plaats, de ‘Bloedbruiloft’. Hier gebeurt het omgekeerde van wat de martelaren van Gorcum overkwam. Honderden Franse protestanten (Hugenoten) worden afgeslacht door Catharina de Medici, de moeder van de Franse koning Karel IX. Ook in de rest van Frankrijk worden vele duizenden Hugenoten vermoord. De paus in Rome juicht de gebeurtenis toe. Om het succes te vieren laat hij zelfs zilveren penningen slaan.

Een kruis wordt omgesmolten

Een kerkrekening uit de Martinikerk uit het begin van de 17e eeuw betreft het omsmeden van een zilveren kruis. Hieruit moeten twee avondmaalsbekers worden vervaardigd. Het kruis heeft onvoldoende gewicht. Het volume wordt daarom aangevuld met een aantal zilveren munten waaronder twee ‘Rijcksdaeler ’t stuck’ en een aantal Spaanse ‘Matten’. Een knipoog naar de Spanjolen?

Van schuurkerk tot schouwburg

Lange tijd is in de Waterstraat een schuurkerk in gebruik. Die wordt dus gedoogd. In 1815 raakt de kerk buiten gebruik en wordt ze ‘gepromoveerd’ tot stadsschuur. Een paar jaar later wordt er geld ingezameld om het gebouw een andere bestemming te geven. Er wordt zo’n 1500 gulden bijeen gebracht en op 20 december 1822 opent schouwburg ‘De Oude Comedie’, met een rode theaterzaal met 168 zitplaatsen, een echt balkon en een koffiekamer met buffet. De inrichting gaat met de tijd mee. Olielampen en kaarsen worden vervangen door gasbranders. In de tweede helft van de 18e eeuw zet het verval in. In 1879 wordt het theater gesloten.

Geertruida Cornelia Henriëtte de Gijselaar

Over Geertruida, haar familie en het bijzondere graf, waarin behalve Geertruida ook haar zoon en hun dienstbode liggen, leest u meer in een eerdere editie van Doesburg Vertelt.
Lees > Een rijksmonument dat weinig Doesburgers kennen.

De Doesburgse Doopkwestie; zieltje gered!

Hoe scherp de verschillen tussen de geloofslijnen nog zijn en waar dat in de praktijk op kon uitdraaien laat in 1846 de ‘Doesburgse Doopquestie’ zien.

De afspraak is dat het eerste kind uit een gemengd huwelijk een katholieke doop krijgt. Het tweede kind wordt dan protestantse gedoopt, enzovoort. In het geval van de Doesburgse Doopkwestie is de afspraak voor de doop van een tweede kindje al met dominee gemaakt. De moeder wacht in de Grote Kerk voor de doop. Die staat gepland voor de middagdienst. Een protestantse vrouw brengt het kind naar de kerk, maar plotseling rukt een katholieke buurvrouw het kind uit haar armen. Ze snelt ermee naar de Waterstaatskerk waar pastoor Clerx al klaar staat om het kind te dopen. Mijnheer pastoor zat dus in het complot! Zieltje gered, maar de kwestie heeft nog lang de Doesburgse gemoederen verhit. Het verhaal haalde zelfs de landelijke pers.